05 mei
2015

Geven ouders angststoornissen door aan hun kinderen?

foto bij artikel Geven ouders angststoornissen door aan hun kinderen?

In het nieuws

Kinderen van ouders met een angststoornis hebben een grotere kans om zelf ook een angststoornis te ontwikkelen. Daarin speelt vooral opvoeding en het gedrag van de ouders een rol. Zo blijkt uit recent onderzoek.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Adolescenten met ouders die geregeld angstige, zwartgallige gedachten hebben, hebben zelf ook meer kans om angstig te zijn. Onderzoekers wilden weten of de neiging tot angststoornissen erfelijk is of niet. Om dat te achterhalen zetten ze een studie op met gegevens van identieke en niet-identieke tweelingen en hun adolescente kinderen (1).

Van 387 identieke tweelingen die allebei tienerkinderen hadden werden angstscores, geëvalueerd via vragenlijsten, vergeleken met de angstscores van tienerkinderen van 489 niet-identieke tweelingen. Kinderen waarvan één ouder deel uitmaakt van een identieke tweeling hebben 50% genetisch materiaal gemeen met de kinderen van de oom of tante die de andere helft vormt van de identieke tweeling. Daartegenover hebben kinderen waarvan een ouder deel uitmaakt van een niet-identieke tweeling veel minder DNA gemeen met hun neefjes en nichtjes van de andere tweelingouder. De jongeren in deze studie waren gemiddeld 15,7 jaar oud en scheelden maximum 4 jaar met hun neef of nicht. Analyse van de angstproblemen bij de deelnemers toonde aan dat genetische factoren geen rol spelen bij het doorgeven van angststoornissen, terwijl niet-genetische overdracht van angst wel bestaat.

De onderzoekers suggereren dat angstige, onzekere ouders dat gedrag kunnen doorgeven aan hun kinderen via de opvoeding of omdat kinderen dat gedrag imiteren.

Bron

(1) Eley TC, McAdams TA, Rijsdijk FV, et al. The Intergenerational Transmission of Anxiety: A Children-of-Twins Study. The American Journal of Psychiatry. Published online April 2015

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een goed opgezet onderzoek. Vergelijkingen tussen identieke en niet-identieke tweelingen zijn ideaal om de invloed van genetische factoren te achterhalen. Deze studie toont dat erfelijkheid amper een rol speelt in het doorgeven van angststoornissen, terwijl omgevingsfactoren wel een invloed hebben. Echter, de onderzoekers hebben niet uitgezocht hoe angst dan wordt doorgegeven. Ze opperen dat angstige, overbezorgde ouders kinderen ongewild aanleren om zelf angstig te reageren (imitatiegedrag), maar het kan ook omgekeerd. Angstige kinderen kunnen ook ouders bezorgd en angstig maken.

Overigens vindt deze studie slechts een zwak verband. Angstige ouders hebben iets vaker angstige kinderen, maar ze hebben heel vaak ook kinderen zonder angstproblemen.

Conclusie

Deze studie toont aan dat angststoornissen niet via de genen worden doorgegeven, maar veeleer via omgevingsinvloeden. Wat die omgevingsfactoren precies zijn, werd niet onderzocht.

Referenties

http://www.nhs.uk/news/2015/04April/Pages/Parents-may-pass-anxiety-on-to-their-children.aspx

klokje bij datum van publicatie verschenen op 05/05/2015 | Cebam