gezondheid en wetenschap

Diabetes type 2: behandeling en opvolging

Behandeling van diabetes type 2

Behandeling van diabetes type 2 is belangrijk om beschadiging van de bloedvaten in het lichaam tegen te gaan. Dit kan immers leiden tot aantasting van het hart en vaatstelsel, de ogen, de nieren, het zenuwstelsel en de voeten. Een goede behandeling van diabetes bestaat uit meer dan alleen maar de hoge suikerwaarden behandelen. Personen met diabetes type 2 hebben vaak ook een te hoge bloeddruk, afwijkende cholesterol- en vetwaarden en een verhoogde bloedstolling. Al deze zaken kunnen leiden tot aantasting van de bloedvaten en moeten dus behandeld worden. Ook eiwitverlies in de urine moet opgespoord worden omdat dit op termijn de nieren kan aantasten.

Behandeling van hoge suikerwaarden
Te hoge suikerwaarden in het bloed geven klachten die langzaam ontstaan en daardoor moeilijk worden herkend. Je voelt je vermoeid, hebt nood aan dutjes en je bent verzwakt. Deze klachten kunnen samen voorkomen met de klassieke tekenen van diabetes: ongewild gewichtsverlies, vaker plassen en dorst. Je arts zal met je bespreken hoe je je leefstijl kunt aanpassen om de suikerwaarden te verbeteren.
Zijn de suikerwaarden slechts licht verhoogd, dan kan leefstijlaanpassing voldoende zijn als behandeling. Maar als deze maatregelen na een half jaar onvoldoende effect hebben, of je suikerwaarden sterk verhoogd zijn, dan zal je arts één of meerdere geneesmiddelen voorschrijven om de suikerwaarden te doen dalen.
Bij erg hoge suikerwaarden is het soms nodig om meteen te starten met een insulinebehandeling. Insuline is een hormoon dat wordt ingespoten in het vetweefsel en de suikerwaarde in het bloed verlaagt. Zo'n insulinebehandeling hoeft niet altijd levenslang te zijn en kan soms worden afgebouwd als leefstijladviezen succesvol zijn.

Behandeling van hoge bloeddruk
Van de personen met diabetes type 2 heeft 40 tot 60% al een te hoge bloeddruk op het moment dat de diabetes ontdekt wordt. De ideale bloeddruk bedraagt maximum 130/85 mmHg. Door de hoge bloeddruk te behandelen, daalt de kans dat je later last krijgt van aantasting van de bloedvaten.
Je kunt de bloeddruk doen dalen door in de eerste plaats gewicht te verliezen als je overgewicht hebt, minder zout te eten, voldoende te bewegen, je alcoholgebruik te beperken en te stoppen met roken. Als dat onvoldoende effect heeft, zal je arts beslissen om een bloeddrukverlagend geneesmiddel voor te schrijven. Meestal volstaat één enkel geneesmiddel niet om voldoende bloeddrukdaling te bekomen, en moet je daarom verschillende geneesmiddelen combineren. De keuze van het geneesmiddel hangt af van welke andere klachten en ziekten je hebt. Enige tijd na het starten van de medicatie zal je arts bloed afnemen om te kijken of de geneesmiddelen geen ongewenste effecten veroorzaken.

Behandeling van afwijkende cholesterol- en vetwaarden
Omdat bij personen met diabetes type 2 het risico op aantasting van de bloedvaten erg hoog is, wordt er, ook al is er nog geen sprake van aantasting, steeds een geneesmiddel voorgeschreven om de cholesterol en/of de vetten te verlagen. Daarnaast blijven gewichtsverlies, vetarm dieet, voldoende lichaamsbeweging en stoppen met roken belangrijk in het bestrijden van te hoge cholesterol- en vetwaarden.
Een goede controle van de suikerwaarden in het bloed zal ook de vetten in het bloed verminderen. Een goede suikercontrole heeft op de cholesterol echter geen invloed.

Behandeling van verhoogde bloedstolling
Personen met diabetes type 2 hebben een verstoorde werking van de bloedstolling. Er vorm zich dan makkelijker stolsels in het bloed. Die stolsels kunnen de bloedvaten verstoppen, wat kan leiden tot hart- en vaatziekten. Aspirine is een geneesmiddel dat de vorming van stolsels tegengaat. Een lage dosis aspirine per dag wordt gegeven aan personen met diabetes type 2.

Behandeling van eiwitverlies in de urine
Te hoge suikerwaarden in het bloed kunnen nieraantasting veroorzaken. Daarom controleert je arts regelmatig je urine op eiwitverlies. Dat kan immers een teken zijn van beginnende nieraantasting. Vaak ziet men dan tegelijkertijd ook een aantasting van de bloedvaatjes in de ogen.
Wanneer eiwitverlies in de urine wordt vastgesteld, is een strikte bloeddrukcontrole noodzakelijk. Dit gebeurt door het innemen van bloeddrukverlagende geneesmiddelen en door het volgen van een zoutarm dieet. Daarnaast is stoppen met roken, een strikte controle van de suikerwaarden in het bloed en de behandeling van te hoge cholesterol- en vetwaarden uiterst belangrijk om verdere aantasting van de nieren te voorkomen.
Je arts zal niet alleen in de urine speuren naar eiwitverlies, maar ook via bloedafnames de werking van de nieren controleren. Wanneer het eiwitverlies in de urine te hoog is, of als in het bloed aangetoond wordt dat de werking van de nieren te sterk achteruitgaat, zal je worden doorverwezen naar een nierspecialist voor verdere behandeling.

Opvolging van personen met diabetes type 2

Welke onderzoeken gebeuren er tijdens een routinecontrole?
Je arts bespreekt volgende zaken:
- Hij vraagt na of je hypoglycemieën gehad hebt (zie de richtlijn “Diabetes: hypoglycemie (te lage bloedsuikerspiegel)");
- Hij peilt naar klachten die kunnen wijzen op aantasting van de bloedvaten;
- Hij zal je geneesmiddelenschema overlopen en zo nodig aanpassen;
- Hij moedigt je aan om een gezonde leefstijl aan te nemen en te behouden.

Hij zal volgende onderzoeken uitvoeren:
- Controle van gewicht en bloeddruk;
- Onderzoek van de voeten als je last hebt van wondjes, gevoelsstoornissen of eelt. Ook wanneer je gekend bent met houdingsafwijkingen van de voet, een slechte doorbloeding van de voeten, of wanneer je reeds een amputatie onderging, zal steeds een voetonderzoek gebeuren;
- Een bloedafname om het HbA1c en de nuchtere suikerwaarde te controleren.

Welke onderzoeken moeten er jaarlijks gebeuren?
- Een ECG (electrocardiogram) om het hart na te kijken;
- Een onderzoek bij de oogarts, om de bloedvaten in de ogen te controleren;
- Een voetonderzoek bij personen zonder klachten of voetafwijkingen;
- Een onderzoek van de inspuitplaatsen bij insulinebehandeling;
- Een bloedafname om de nierfunctie, de vetten en de cholesterol te bepalen;
- Een onderzoek van de urine om eiwitverlies op te sporen (nieraantasting).

Wat kun je zelf doen om je diabetes op te volgen?
Volg je gewicht op. Probeer af te vallen bij overgewicht. Een BMI van minder dan 25 is perfect, maar ligt je BMI tussen de 25 en 27 dan is dit nog aanvaardbaar.
Er wordt je aangeraden om een eigen bloeddrukmeter te hebben, zodat je geregeld zelf je bloeddruk thuis kunt controleren.
Je kunt het suikergehalte in je bloed zelf controleren door een vingerprik. Als je behandeld wordt met insuline-inspuitingen, kun je door middel van zelfcontrole leren om je insulinedosis aan te passen op basis van je gemeten suikerwaarden. Als je geen insuline gebruikt, maar wel suikerverlagende geneesmiddelen, kunnen zelfmetingen nuttig zijn om vast te stellen of je een te lage suikerspiegel hebt (een hypoglycemie). Wanneer je geen geneesmiddelen neemt om het suikergehalte te verlagen, maar enkel een dieet volgt, kunnen zelfmetingen helpen om te begrijpen welke factoren de suikerspiegel regelen in het dagelijkse leven.

Meer weten?

Lees ook onze andere patiëntenrichtlijnen over diabetes:
- Diabetes: wat is het en hoe wordt de diagnose gesteld?
- Diabetes type 2: wat na de diagnose?
- Diabetes: hypoglycemie (te lage bloedsuikerspiegel)
- Diabetes type 2: gezonde eet- en leefgewoonten
- Suikerverlagende geneesmiddelen bij diabetes type 2
- Zenuwaantasting (neuropathie) door diabetes


Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.domusmedica.be
www.bcfi.be


Verschenen op 21/05/2014

Bedankt voor je feedback!

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief