gezondheid en wetenschap

Het tijdstip van overlijden inschatten

Waarover gaat het?

Een overlijden moet altijd door een arts worden vastgesteld. Daarbij wordt indien mogelijk de doodsoorzaak bepaald. Op de officiële documenten wordt naast de oorzaak ook het tijdstip van overlijden genoteerd. Meestal is dit het uur waarop de arts de dood heeft vastgesteld. In sommige gevallen moet men het tijdstip waarop de persoon is overleden zo nauwkeurig mogelijk bepalen. Dit is het geval bij:

  • Medicolegale criminele zaken, bijv. als er een vermoeden is van een gewelddadige dood. Men spreekt dan van een verdacht overlijden. De politie beschouwt elk overlijden waarbij men geen natuurlijke doodsoorzaak kan vaststellen als verdacht.
  • Mogelijke betwistingen i.v.m. verzekeringen, schadevergoedingen en pensioenen.
  • Bevestiging van de meegedeelde doodsoorzaak. Soms kan de arts de doodsoorzaak niet vaststellen, en is hij aangewezen op wat familie of bekenden hem meedelen.

In 44% van de overlijdens gebeuren de vaststellingen door de huisarts, die zijn patiënt goed kent en goed de oorzaak kan inschatten. In 26% komt een wachtarts ter plaatse die de persoon helemaal niet kent. In 30% van de gevallen is het statuut van de vaststeller niet gekend. Zonder kennis van de overleden persoon is het voor die artsen dikwijls moeilijk om de precieze oorzaak van het overlijden te achterhalen. Deze oorzaak moet echter op het overlijdensformulier ingevuld worden om de overledene te kunnen begraven. Bij twijfel zal men een forensische arts inroepen om de oorzaak en het tijdstip van overlijden vast te stellen. Het tijdstip kan hij vrij nauwkeurig bepalen aan de hand van de lichamelijke kenmerken van de overledene. Voor een juiste bepaling van de oorzaak is dikwijls een autopsie (lijkschouwing) nodig.

Hoe wordt het tijdstip van overlijden vastgesteld?

De arts zal bij zijn onderzoek letten op de lichaamstemperatuur, het optreden van gewrichtsstijfheid en het verschijnen van lijkvlekken.

  • Na de dood daalt de lichaamstemperatuur geleidelijk. Ze wordt gemeten in de aars. Er wordt rekening gehouden met de lichaamsbouw, de kledij en de ondergrond waarop het lichaam ligt. Zo zal de temperatuur van een zware persoon, die op bed ligt met warme kleding aan, trager dalen dan bij een magere persoon die naakt buiten in de vrieskou ligt. De eerste 10 uur na het overlijden kan het tijdstip bepaald worden met een foutenmarge van ongeveer 2 uur, nadien van 3-4 uur.
  • Na overlijden worden alle gewrichten stijf tijdens de eerste 6 tot 8 uur. Eerst verstijven de kaak en de nek, daarna de vingers en de tenen, en ten slotte de grote gewrichten (ellebogen, knieën en heupen). Bij kamertemperatuur verdwijnt die verstijving weer na ongeveer 2 dagen, maar dan in omgekeerde volgorde.
  • Na overlijden zakt het bloed naar de laagste delen van het lichaam, met uitzondering van die delen die tegen de ondergrond drukken. Als de overledene op de rug ligt, ontstaan blauwige vlekken aan de zijkant van de borstkas na ongeveer 15-20 minuten, in de nek en op de oren na 20-40 min. De vlekken vloeien in elkaar na 2-3 uur, en zijn volledig ontwikkeld na 10-12 uur. Er wordt gecontroleerd of de vlekken kunnen weggedrukt worden. Personen die gestorven zijn door bloedverlies vertonen geen vlekken. Ze verdwijnen ook bij beginnende ontbinding.

Onderzoek van de omgeving en de later uitgevoerde lijkschouwing geven bijkomende inlichtingen.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.uzleuven.be/nl/forensische-geneeskunde/onderzoek-van-overlijdens-in-belgie


Verschenen op 03/01/2018

Bedankt voor je feedback!

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief