bewerkt door Sanne Boonen Verschenen op 08/05/2019

In het nieuws

Een neusspray maakt kinderen met autisme socialer. Dat schrijven onderzoekers van de Stanford Universiteit in het wetenschappelijke tijdschrift Science Translational Medicine, dat deze week verschijnt.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Kinderen met autisme zijn gevoeliger voor prikkels en hebben moeite met verandering. Hierdoor ontstaan er vaak problemen op vlak van sociale interacties, met name omgaan met leeftijdsgenoten. Autisme is aangeboren en geneest niet. Medicijnen hebben niet de voorkeur in de behandeling, omdat er tot op heden nog weinig vergelijkend onderzoek naar werd verricht. Uit eerdere onderzoeken, veelal dierproeven, zou blijken dat het hormoon vasopressine een invloed heeft op sociaal gedrag. Onderzoekers van de universiteit van Stanford wilden daarom nagaan of een neusspray met vasopressine een werkzame behandeling zou kunnen zijn voor kinderen met autisme (1).

Gedurende vier weken bestudeerden de onderzoekers willekeurig 30 kinderen van 6-13 jaar oud met autisme in twee gelijke groepen: de eerste groep kreeg een vasopressine-neusspray en de tweede groep kreeg een placebo-neusspray. Zowel de onderzoekers als de kinderen en hun ouders wisten gedurende het onderzoek niet wie in groep 1 of 2 zat (een zogenaamd dubbelblind onderzoek). Uiteindelijk stelden de onderzoekers bij kinderen die de vasopressine-neusspray hadden gekregen minder tekenen van autisme vast ten opzichte van de placebogroep. Er werden tijdens de korte onderzoeksperiode weinig bijwerkingen van de neussprays gerapporteerd.

Op basis van deze voorlopige bevindingen concluderen de onderzoekers dat vasopressine-neusspray "de mogelijkheid heeft om een werkzaam medicijn te worden voor de behandeling van sociale klachten bij kinderen met autisme".

Bron

(1) Parker et al. A randomized placebo-controlled pilot trial shows that intranasal vasopressin improves social deficits in children with autism. Sci. Transl. Med. 11, eaau7356 (2019) 8 May 2019

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het vermoeden van een verband tussen autisme en vasopressine werd al in de jaren 60 beschreven (3). Ook het op vasopressine lijkende hormoon oxytocine werd als mogelijk medicijn onderzocht: in 2014 concludeerden onderzoekers dat dagelijkse toediening van een oxytocine-neusspray veilig en mogelijk werkzaam leek. Maar zij stelden, net als de onderzoekers van het vasopressine-onderzoek, dat er eerst meer en groter onderzoek nodig is alvorens de neusspray echt als behandeling kan worden gebruikt.

Het huidige onderzoek is een zogeheten fase 2-onderzoek, waarbij het doel voornamelijk is om de effecten van een medicijn op een bepaalde aandoening na te gaan. Als een fase 2-onderzoek daadwerkelijk een effect aantoont, dan volgt hierop een fase 3-onderzoek om de effecten en bijwerkingen van het medicijn beter te beoordelen en te vergelijken met andere bestaande behandelingen. Hierbij worden vaak grotere aantallen patiënten gedurende langere tijd gevolgd. Pas als uit deze onderzoeken positieve resultaten voortkomen, zal het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) een medicijn goedkeuren om in België voor te schrijven. De vasopressine-neusspray ligt daarom ten vroegste over enkele jaren in de apotheek.

Conclusie

Een kleinschalig Brits onderzoek laat zien dat een neusspray met het hormoon vasopressine mogelijk een werkzaam medicijn kan worden voor de behandeling van kinderen met autisme. Er zal echter meer onderzoek nodig zijn vooraleer duidelijk wordt of deze ‘potentiële doorbraak’ als medicijn verkrijgbaar zal zijn.

Referenties
Gerelateerde richtlijnen
Gerelateerde koppen
Vond je dit artikel nuttig?

Ook interessant

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief