Cebam Verschenen op 11/01/2017

In het nieuws

Behalve obesitas en overgewicht hebben wetenschappers nu ook de categorie ’te hoge vetmassa’ bepaald. Bijna 80% van de mensen behoort tot die groep, lezen we in de krant.

Waar komt dit nieuws vandaan?

De krant verwijst naar een artikel in een vaktijdschrift over volksgezondheid (1). Het krantenbericht wekt de indruk dat er naast de categorieën overgewicht (BMI* tussen 25 en 30) en obesitas (BMI groter dan 30) een derde categorie gevormd moet worden, namelijk mensen met een te hoge vetmassa. Dit is echter niet wat de auteurs in het vaktijdschrift beoogden. Wel willen ze komaf maken met de termen ‘overgewicht’ en ‘obesitas’ en de bevolking opdelen in drie categorieën: mensen met een normale hoeveelheid vetmassa, te veel vetmassa en te weinig vetmassa. Volgens een zeer ruwe schatting van de auteurs zou 62 tot 75% van alle mensen in de categorie ‘te veel vetmassa’ vallen.

De meeste aandoeningen die gepaard gaan met overgewicht, zoals diabetes type 2, hartaandoeningen en kanker, staan rechtstreeks in verband met de hoeveelheid vetweefsel. Dat vetweefsel verstoort de hormonale evenwichten in het lichaam en veroorzaakt zo meer zieken. De auteurs argumenteren dat het gewicht uitgedrukt als BMI een onnauwkeurige benadering is van het probleem. Er zijn mensen die veel spiermassa hebben en onterecht als te zwaar worden beschouwd. Omgekeerd hebben sommige mensen een normale BMI, terwijl ze toch te veel vetmassa hebben.

De auteurs vermelden niet op welke manier men de vetmassa zou moeten meten. Wel merken ze op dat het meten van de vetplooien de weegschaal op de badkamer kan vervangen.

Bron

(1) Maffetone PB, Rivera-Dominguez I and Laursen PB (2016) Overfat and Underfat: New Terms and Definitions Long Overdue. Front. Public Health 4:279. doi: 10.3389/fpubh.2016.00279

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat hier niet om een echte studie, maar eerder een suggestie van enkele wetenschappers om komaf te maken met een volgens hen onnauwkeurige maat, namelijk de BMI. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie onderzoekt momenteel of de buikomtrek geen betere voorspeller is voor een aantal aandoeningen dan de BMI.

Deze auteurs pleiten voor het bepalen van de vetmassa, maar geven geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor die stelling. Ze kunnen geen epidemiologische studies vermelden die een verband aantonen tussen wat ze ‘te veel vetmassa’ noemen en bepaalde aandoeningen. Evenmin geven ze aan hoe men op een betrouwbare manier en op grote schaal metingen kan doen van het werkelijke vetgehalte. Ook het percentage van de wereldbevolking dat ‘te veel vetmassa’ zou hebben (mogelijk 76%) is een onnauwkeurige schatting, waarbij appelen en peren worden samengeteld. Zo baseren de auteurs zich bijv. op een te hoge BMI (> 25), een methode die ze zelf onder vuur nemen, en dat vermeerderen ze met mensen met metabool syndroom met een normaal gewicht (metabool syndroom = hoge bloeddruk + te veel bloedvetten + te veel suiker). Dat laatste schatten ze zelf op 20%, zonder enige verduidelijking.

Het artikel is dus een gebrekkige denkoefening over een alternatief voor de BMI, veeleer dan een wetenschappelijk onderbouwde stelling.

Conclusie

Wetenschappers zoeken een alternatief voor de body mass index (BMI) als maatstaf voor de gezondheid. Ze stellen dat het bepalen van de vetmassa nauwkeuriger is. Op dit moment ontbreken hiervoor wetenschappelijke bewijzen.

Referenties

* BMI staat voor Body mass Index uitgedrukt als gewicht/lengte² en is de meest gehanteerde maat in het onderzoek naar gewichtgerelateerde aandoeningen.

(2) World Health Organization. Waist Circumference and Waist-Hip Ratio: Report of a WHO Expert Consultation. Geneva: World Health Organization (2008).

Vond je dit artikel nuttig?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief