Nina Van Den Broecke Verschenen op 28/01/2016

Door u gekozen

Het aantal mensen dat glutenvrij eet, neemt jaarlijks toe en de markt van glutenvrije producten is booming business. Een uit zijn voegen getreden hype of is er meer aan de hand?

Wat is hierover geweten?

Gluten zijn een groep eiwitten die worden aangetroffen in granen. De eiwitten in tarwe bijvoorbeeld, bestaan voor 80% uit gluten. Glutenvrije producten zijn vooral zinvol voor mensen met de ziekte coeliakie of met een zeldzame tarwe-allergie, maar worden nog vaker gekocht door mensen zonder deze ziekten (1). Waarschijnlijk bestaat er nog een andere vorm van overgevoeligheid voor gluten die niets met coeliakie noch tarwe-allergie te maken heeft. Deze niet-coeliakie-glutensensitiviteit (NCGS) (2) wordt gekenmerkt door het optreden van maagdarm- en andere klachten na inname van voedingsmiddelen met gluten bij personen zonder coeliakie of tarweallergie. De klachten treden op enkele uren tot dagen na inname van de glutenbevattende voeding en verdwijnen ook snel wanneer de inname wordt stopgezet. De meest voorkomende zijn buikpijn, winderigheid, diarree of constipatie. Maar ook maagpijn, misselijkheid, reflux, vermoeidheid, hoofdpijn en concentratiestoornissen worden genoemd. Deze klachten overlappen deels met de kenmerken van het prikkelbaredarmsyndroom (3). Of gluten echt de oorzaak zijn van deze klachten is niet duidelijk. Mogelijk zijn ook andere componenten aanwezig in tarwe verantwoordelijk. Bijzondere aandacht gaat uit naar een andere groep van eiwitten en naar kleine fermenteerbare koolhydraten in tarwe (2, 4).

Momenteel bestaan er geen bloed- of andere tests om de diagnose te stellen. In eerste instantie dient het bestaan van coeliakie of tarweallergie uitgesloten te worden. Eventueel kan een men een eliminatie-provocatiedieet volgen, waarbij gluten eerst verwijderd en vervolgens opnieuw geïntroduceerd worden in het dieet. Daaruit kan dan worden afgeleid of gluten of tarwe in het algemeen de klachten uitlokken. Dit is een intensieve en langdurende procedure die in de praktijk vaak moeilijk haalbaar is (5).

Zodra is aangetoond dat gluten de klachten uitlokken, kan een glutenvrij dieet gevolgd worden. In geval van coeliakie of tarwe-allergie moet zo’n dieet zeer strikt en levenslang gevolgd worden. In geval van NCGS is dit niet duidelijk (3).

Bron

(1) http://www.gezondheidenwetenschap.be/onderwerpen

Hoe kunnen we dit interpreteren?

Er is niet alleen sprake van een hype, maar er zijn nog zeer veel vraagtekens.

In eerste instantie dient er werk gemaakt te worden van een goed omschreven definitie en objectief meetbare criteria om de diagnose NCGS te stellen. Het zoeken naar bloed- en andere parameters voor het stellen van de diagnose is volop bezig maar voorlopig zonder bevredigend resultaat. Hetzelfde geldt voor het onderzoek naar het ontstaans- en werkingsmechanisme. Het is nog steeds onvoldoende duidelijk op welke manier de klachten ontstaan en welke mechanismen hierbij een rol spelen.

Het gebrek aan een sluitende definitie en diagnostische criteria maakt het moeilijk in te schatten hoe vaak NCGS voorkomt. Het voorkomen wordt geschat op 0,6 tot 6% van de bevolking. Het zou zelden voorkomen bij kinderen en vaker bij jonge vrouwen (3).

Het stellen van de diagnose en het introduceren van een glutenvrij dieet gebeurt best met de nodige voorzichtigheid. Onnodig en zonder goede begeleiding een glutenvrij dieet volgen, is niet alleen zeer belastend, maar vergroot ook de kans op voedingstekorten.

Conclusie

Gluten zijn eiwitten die in granen zitten, vooral tarwe. Glutenvrije producten dienen vooral mensen met coeliakie en glutenallergie. Er zijn aanwijzingen dat daarnaast een aantal mensen om nog onduidelijke redenen gluten niet goed verdragen. Men spreekt dan van niet-coeliakie glutensensitiviteit (NCGS). Zij moeten uittesten of een glutenvrij dieet hun klachten vermindert. Glutenvrij eten zonder duidelijke diagnose is daarentegen niet aan te bevelen.

Referenties

patiëntenrichtlijn coeliakie

patiëntenrichtlijn prikkelbaredarmsyndroom

(2)Czaja-Bulsa, C. (2015). Non coeliac gluten sensitivity: A new disease with gluten intolerance. Clinical Nutrition 34 (2015), p 189 – 194

(3)Volta, U. e.a. (2015). Non-celiac gluten sensitivity: A work-in-progress entity in the spectrum of wheat-related disorders. Best Practice & Research Clinical Gastroenterology 29 (2015), p 477-491

(4)Finoulst, M. e.a. (2013). Glutenvrij dieet evolueert van therapie naar hype. Tijdschrift voor Geneeskunde, 69, nr. 22, pag. 1103 – 1104

(5)Catassi, C. e.a. (2015). Diagnosis of Non-Celiac Gluten Sensitivity (NCGS): The Salerno Experts’ Criteria. Nutrients, 7, 4966-4977; doi:10.3390/nu7064966

Vond je dit artikel nuttig?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief