bewerkt door Patrick Mullie Verschenen op 30/08/2019

In het nieuws

Optimisten hebben meer kans om langer te leven dan personen met een meer negatieve houding, zo blijkt uit een Amerikaans onderzoek.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse onderzoekers gingen na of personen met een optimistische levenshouding langer leven dan anderen. Meer dan 69.000 vrouwen en bijna 1.500 mannen ouder dan 60 jaar werden gedurende minstens tien jaar opgevolgd. Bij de start van de studie werd het optimisme van de deelnemers gemeten aan de hand van vragenlijsten. Tijdens de opvolgingsperiode werd nagegaan hoeveel deelnemers ouder werden dan 85 jaar. Bij vrouwen was de kans om 85 jaar of ouder te worden 50% hoger bij de meest optimistische groep in vergelijking met de minst optimistische groep, en bij mannen was dit 70%.

Aangezien optimisme volgens de onderzoekers aangeleerd kan worden, besluiten ze dat dit een strategie kan zijn om langer te leven.

Bron

(1) Lewina L, James P, Zevon E et al. Optimism is associated with exceptional longevity in 2 epidemiologic cohorts of men and women. PNAS. Published online 26 August 2019

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze Amerikaans studie toont duidelijk de beperkingen aan van waarnemend onderzoek.

  • De onderzoekers stellen vast dat mensen met een optimistische houding langer leven. Dit leverde uiteraard leuke titels op in de pers. Een probleem in de studie is echter dat de deelnemers met een optimistische houding genoten van een hogere opleiding, gezonder waren, minder alcohol dronken en meer lichaamsbeweging hadden. Wanneer de onderzoekers hiermee rekening hielden, verdween het verband tussen optimisme en langer leven volledig. Deze mensen leefden dus niet langer omdat ze optimisten waren, maar omdat ze gezondere eet- en leefgewoonten hadden. Het is natuurlijk mogelijk dat een optimistische houding leidt tot een gezondere levensstijl, of omgekeerd: dat gezond leven gelukkiger maakt. Dit werd echter niet onderzocht in deze studie. De onderzoekers benadrukten bovendien de positieve resultaten, waardoor deze in de pers kwamen, en brachten de negatieve resultaten minder naar voor.
  • Een bijkomend probleem is dat optimisme niet eenvoudig vast te stellen valt. Er werden vragenlijsten gebruikt, omdat het niet rechtstreeks kan gemeten worden met bijv. een bloedanalyse. Bovendien werden deze vragenlijsten aan de start van de studie afgenomen: voor de mannen was dit 30 jaar voor het einde van de studie. Het is niet geweten of deze mannen 30 jaar lang even optimistisch bleven.
  • De studie werd uitgevoerd bij vrouwelijke verpleegsters en mannelijke veteranen. Het is niet duidelijk in welke mate deze resultaten bruikbaar zijn voor andere bevolkingsgroepen.
  • Een laatste punt is dat optimisme volgens de onderzoekers aangeleerd kan worden. Dit lijkt echter niet zo evident, aangezien optimisme afhankelijk is van persoonlijk karakter en van levenservaringen.

Onderzoek in het verleden stelde wel vast dat mensen die duidelijke depressieve symptomen vertoonden in combinatie met een lage score op een optimismetest, dubbel zoveel risico liepen op een tweede hartaanval (2). Ook toen konden de onderzoekers aantonen dat wie positief in het leven staat, er beter in slaagt gezonde leefgewoonten in acht te nemen na een eerste infarct, wat de overleving verbetert.

Conclusie

Een Amerikaanse studie kan niet aantonen dat personen met een optimistische levenshouding langer leven in vergelijking met personen met een meer negatieve mentaliteit. De optimistische personen in deze studie waren hoger opgeleid en hadden gezondere eet- en leefgewoonten.

Referenties
Gerelateerde koppen
Vond je dit artikel nuttig?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief