Marleen Finoulst Verschenen op 18/02/2020

In het nieuws

Jongeren zien ‘onthutsend’ veel reclame voor ongezonde voeding op sociale media. Dat concluderen onderzoekers van de KU Leuven. “McDonald’s richt zich op tieners op sociale media. Daar mogen we onze ogen niet voor sluiten.”

Factcheck

Naast traditionele reclame voor voedingsproducten zetten merken steeds vaker sociale-mediakanalen in om voedingsproducten te promoten via influencers en sterren. Uit een nieuwe studie blijkt dat op die manier vooral ongezonde producten gepromoot worden, vooral via Instagram, om adolescenten te bereiken. De impact van dergelijke beelden op het eetgedrag onderzochten ze in deze studie niet, maar bleek al uit eerder onderzoek bij kinderen.

Lees verder »

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onderzoekers van de KU Leuven deden een studie met 21 adolescenten tussen twaalf en achttien jaar oud. Ze vroegen de jongeren om screenshots te maken van de beelden over voeding die ze tegenkwamen op sociale media. Ze moesten dit gedurende één week doen op de sociale-mediakanalen waarop ze zelf actief waren (1). Dat leverde in totaal 612 beelden op, die de onderzoekers vervolgens analyseerden.

  • De overgrote meerderheid van de beelden (69%) was afkomstig van Instagram, 18% van Facebook, 9% van Snapchat, 3% van YouTube en 1% van andere kanalen.
  • De meeste afbeeldingen (67%) hadden betrekking op ongezonde producten. De onderzoekers konden slechts 22% van de beelden konden bestempelen als gezond voedingsproduct en ongeveer 10% was een combinatie van beide.
  • Iets meer dan de helft van de afbeeldingen bevatten merkproducten (47%) en deze werden vooral (48%) gepromoot door influencers, sterren en gelijkgestemden (peers). Iets minder vaak (43%) ging het om betaalde reclameboodschappen of sponsoring van bekende figuren.

De onderzoekers besluiten dat wetenschappelijk onderzoek naar reclame voor voeding gericht naar adolescenten ook rekening moet houden met niet-traditionele promotie, zoals via sociale-mediakanalen.

Bron

(1) Qutteina Y, Hallez L, Mennes N et al. What Do Adolescents See on Social Media? A Diary Study of Food Marketing Images on Social Media. Front Psychol. 2019; 10: 2637

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een beperkte studie bij een kleine groep adolescenten gedurende één week. Dat laat niet toe om algemene conclusies te trekken. Bovendien onderzochten ze niet of deze afbeeldingen enig effect hadden op het eetgedrag van de betrokken jongeren. We kunnen dus niet stellen dat sociale media jongeren volpropt met fastfood.

Een andere studie ging wel na of het aanbieden van gezonde en ongezonde voedingsproducten door populaire influencers via Instagram, een impact had op het eetgedrag van de kinderen (2). Ze deden dit bij 176 kinderen tussen negen en elf jaar, met een controlegroep.

Uit die studie blijkt dat kinderen meer ongezonde dingen gaan eten onmiddellijk nadat ze beelden zien van influencers die ongezonde snacks eten, vergeleken met een controlegroep die deze beelden niet zagen. Maar, kinderen die beelden zagen met gezonde producten gingen zelf niet meer gezonde dingen eten. De kinderen die de influencers bezig zagen met ongezonde snacks, namen beduidend meer calorieën op in vergelijking met de groep die een influencer zagen met een gezond product.

Het Vlaams Instituut Gezond Leven pleit voor een strengere aanpak van voedselmarketing voor kinderen. Momenteel bestaat er geen wetgeving rond ongezonde-voedingsreclame gericht aan kinderen en jongeren.

Conclusie

Naast traditionele reclame voor voedingsproducten zetten merken steeds vaker sociale-mediakanalen in om voedingsproducten te promoten via influencers en sterren. Uit een nieuwe studie blijkt dat op die manier vooral ongezonde producten gepromoot worden, vooral via Instagram, om adolescenten te bereiken. De impact van dergelijke beelden op het eetgedrag onderzochten ze in deze studie niet, maar bleek al uit eerder onderzoek bij kinderen.

Referenties

(2) Coates A, Hardman C, Halford J et al. Social Media Influencer Marketing and Children's Food Intake: A Randomized Trial. Pediatrics. 2019 Apr;143(4)

Gerelateerde koppen
Vond je dit artikel nuttig?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief