Marleen Finoulst Verschenen op 08/04/2021

In het nieuws

De bloedstollingsstoornissen bij (jongere) mensen die ingeënt werden met het AstraZeneca-vaccin, zijn meer dan waarschijnlijk een zeer zeldzame nevenwerking van dit vaccin. Zo oordeelde het Europees Geneesmiddelenagentschap op 7 april 2021 na studie van 100 gevallen op 25 miljoen gevaccineerden. België heeft beslist het AstraZeneca-vaccin voorlopig enkel te gebruiken bij 55-plussers.

Factcheck

Uit alle beschikbare gegevens blijkt er geen verband te bestaan tussen het AstraZeneca-vaccin en ‘gewone’ bloedklonters. Wel zou er een verhoogd risico zijn op zeer zeldzame bloedstollingsstoornissen bij jongere personen, vooral vrouwen, binnen de 14 dagen na toediening van het vaccin. Het gaat om een bijzonder klein risico van 1 tot 4 per 1 miljoen dosissen. Dat is volgens het Europees Geneesmiddelenagentschap geen reden om dit vaccin niet te gebruiken. België heeft echter beslist om het AstraZeneca-vaccin de volgende 4 weken enkel te gebruiken voor 55-plussers (omdat de nevenwerking vooral voorkomt bij jongere volwassenen). Men wil meer zekerheid over dit risico in functie van de leeftijd. Dit heeft geen impact op de vaccinatiecampagne, waarbij men voor volwassenen tussen 18 en 55 jaar voorlopig andere vaccins zal gebruiken die dit risico niet hebben. Ondertussen wordt ook onderzocht wat er moet gebeuren met de jongere volwassenen die reeds één prik van het AstraZeneca-vaccin hebben gehad.

Lees verder »

Waar komt dit nieuws vandaan?

In Europa ontwikkelden een aantal personen na de toediening van het AstraZeneca-coronavaccin bloedklonters in de aders (1). Meestal zit zo’n klonter in een ader van de kuit, maar het kan ook elders voorkomen. Daarom beslisten een aantal landen om de vaccinaties met het AstraZeneca-vaccin voorlopig stil te leggen. Ons land ging daar niet in mee. Een vooraanstaande cardioloog, Pedro Brugada, stelde echter dat mensen die bloedverdunners nemen of in het verleden al een bloedklonter hadden, het best niet gevaccineerd worden.

Het AstraZeneca-vaccin werd niet alleen gelinkt aan bloedklonters (trombose), maar ook aan enkele zeer zeldzame bloedstollingsstoornissen:

Bovenstaande syndromen kwamen niet vaker voor tijdens de testfase (klinische studie) met het vaccin. Tijdens dat onderzoek werden tienduizenden mensen gevaccineerd: ofwel met het echte vaccin, ofwel met een nepvaccin (placebo). Uit die klinische studie bleek dat:

  • 10 mensen een bloedklonter hadden na de inenting in de groep die het echte vaccin kreeg;
  • 15 mensen een bloedklonter hadden na de inenting in de groep die een nepspuitje kreeg.

Ondertussen kregen meer dan 25 miljoen mensen een prik met het AstraZeneca-vaccin. Daarbij kwamen een 100-tal gevallen van DIC en CVST aan het licht. Vooral jonge vrouwen werden getroffen, ook enkele jonge mannen. Deze gevallen deden zich voor in Duitsland, Frankrijk en het VK. Omdat dit meer is dan wat je normaal kan verwachten in de bevolking, oordeelden de experten van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) dat het zeer waarschijnlijk gaat om een zeldzame nevenwerking van het AstraZeneca-vaccin (1). EMA oordeelt dat deze ernstige zeer zeldzame nevenwerking niet opweegt tegen de voordelen van vaccinatie (voorkomen van Covid-19), maar een aantal landen, waaronder België, zal dit vaccin veiligheidshalve voorlopig (in de komende vier weken) enkel nog gebruiken voor 55-plussers. In deze groep is het risico op deze zeldzame nevenwerking nog veel kleiner en zijn de voordelen voor vaccinatie zonder twijfel vele malen groter.

Bron

(1) https://www.ema.europa.eu/en/news/astrazenecas-covid-19-vaccine-ema-finds-possible-link-very-rare-cases-unusual-blood-clots-low-blood

Hoe moet je dit nieuws interpreteren?

Is de kans groter om een trombose (bloedklonter) te krijgen na vaccinatie?

In de globale bevolking krijgen gemiddeld 1,3 op 1.000 personen per jaar een trombose, meestal in de kuit. De kans neemt toe met de leeftijd. In de groep 80-plussers is de kans op een bloedklonter ongeveer 10 keer groter dan bij jongere personen: één 80-plusser op 100 ontwikkelt elk jaar een klonter. Er is geen toename van ‘gewone’ bloedklonters na de inenting. Personen die bloedverdunners innemen, lopen geen hoger risico op trombose met het vaccin van AstraZeneca (2).

Is de kans groter om zeer zeldzame bloedstollingsstoornis na vaccinatie?

Op meer dan 25 miljoen personen die een AstraZeneca-vaccin kregen, ontwikkelde een 100-tal, vooral jonge(re) vrouwen een zeldzame combinatie van een bloedplaatjestekort (trombocytopenie) met trombosen. Deze levensbedreigende aandoening komt voor bij naar schatting 1 tot 4 per 1 miljoen vaccindoses, bijna steeds bij jongere vrouwen. De oorzaak is mogelijk een abnormale reactie van het immuunsysteem op het vaccin. Daardoor maakt het lichaam plots antistoffen tegen bloedplaatjes, dat zijn de bloedcellen die de stolling regelen. De zeldzame bloedstollingsstoornis die hierbij ontstaat, treedt op binnen de 14 dagen na de prik en kan behandeld worden als ze snel ontdekt wordt, maar niet altijd met succes. Bijna alle slachtoffers waren vrouwen jonger dan 50 jaar. 

Het Europees Geneesmiddelenagentschap roept mensen, en vooral vrouwen jonger dan 55 jaar, op om alert te zijn voor volgende alarmtekenen die zouden kunnen wijzen op een ernstige bloedstollingsstoornis (DIC of CVST) na vaccinatie met het AstraZeneca-vaccin:

Dat België oordeelt om de vaccinatie het het AstraZeneca-vaccin gedurende vier weken stop te zetten bij personen jonger dan 56 jaar, heeft twee redenen:

  • Men wil precies weten hoe groot het risico op zeldzame bloedstollingsstoornissen is in functie van de leeftijd.
  • Men kan aan jongere personen andere vaccins (Pfizer en Moderna) geven die deze nevenwerking niet hebben. 

Stel dat het risico op zeldzame stollingsstoornissen groter is naarmate men jonger is, terwijl jongere mensen minder risico lopen op een ernstige covid-19, dan is het verantwoord om voor deze groep andere vaccins te voorzien. Vaccineren blijft hoe dan ook zeer belangrijk om de epidemie te bedwingen, ook voor jongere mensen.

Conclusie

Uit alle beschikbare gegevens blijkt er geen verband te bestaan tussen het AstraZeneca-vaccin en ‘gewone’ bloedklonters. Wel zou er een verhoogd risico zijn op zeer zeldzame bloedstollingsstoornissen bij jongere personen, vooral vrouwen, binnen de 14 dagen na toediening van het vaccin. Het gaat om een bijzonder klein risico van 1 tot 4 per 1 miljoen dosissen. Dat is volgens het Europees Geneesmiddelenagentschap geen reden om dit vaccin niet te gebruiken. België heeft echter beslist om het AstraZeneca-vaccin de volgende 4 weken enkel te gebruiken voor 55-plussers (omdat de nevenwerking vooral voorkomt bij jongere volwassenen). Men wil meer zekerheid over dit risico in functie van de leeftijd. Dit heeft geen impact op de vaccinatiecampagne, waarbij men voor volwassenen tussen 18 en 55 jaar voorlopig andere vaccins zal gebruiken die dit risico niet hebben. Ondertussen wordt ook onderzocht wat er moet gebeuren met de jongere volwassenen die reeds één prik van het AstraZeneca-vaccin hebben gehad.

Referenties

Ook interessant

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief