In het nieuws
In het Nieuwsblad van 29 januari staat een artikel over avondmensen en het risico op hart- en vaatziekten. Je chronotype (of je een ochtend- of avondmens bent) is genetisch bepaald en slechts beperkt aan te passen, lezen we.
Conclusie
Chronotypes hebben met variaties in klokgenen te maken. Dat zijn de genen die het slaap-waakritme regelen. Ze zijn voor iedereen een beetje anders. Over het algemeen zijn de verschillen tussen avond- en ochtendmensen beperkt. Naast de klokgenen spelen omgevingsfactoren een rol. Als je vroeg op moet, dan ga je je bedtijd na verloop van tijd automatisch aanpassen, om voldoende slaap te hebben. Je slaap-waakritme past zich daaraan ook aan. Je kan dus van een avondtype naar een ochtendmens evolueren, en omgekeerd.
Lees verder »Waar komt dit nieuws vandaan?
Opnieuw vinden onderzoekers een verband tussen avondtypes en de kans op hart- en vaatzieken. Het Nieuwsblad duidt de studie in een artikel op 29 januari, onder de titel Avondmensen hebben een grotere kans op hart- en vaatziekten, en dan vooral vrouwen (1). Het is niet de eerste studie die dit verband legt.
De verklaring ligt in de vaststelling dat avondmensen (en vooral nachtbrakers) er gemiddeld ongezondere leefgewoontes op nahouden. Niet hun chronotype (of je een ochtend- of avondmens bent), maar wel hun leefgewoontes verhogen het risico op hart- en vaatziekten.
De Amerikaanse onderzoekers van de nieuwe studie merken op dat ‘een chronotype genetisch bepaald is en slechts beperkt aan te passen. Voedings- en andere gewoontes, zoals roken, zijn dat wel.’ Klopt dat?
Bron
(1) EDB. Avondmensen hebben een grotere kans op hart- en vaatziekten, en dan vooral vrouwen. Nieuwsblad. 29 januari 2026.
Hoe moet je dit nieuws interpreteren?
Je chronotype, dus of je een ochtend- of avondmens bent, is gedeeltelijk genetisch bepaald. Sommige genen, ook wel klokgenen genoemd, dragen bij tot individuele verschillen in slaap-waakritme. Er bestaan wel honderden varianten van die klokgenen (2). De variaties zijn over het algemeen vrij klein.
Omgevingsfactoren spelen ook een rol in het chronotype. Bijvoorbeeld blootstelling aan daglicht en de levensfase waarin je je bevindt. Het chronotype verschuift namelijk doorheen je leven: kinderen zijn doorgaans ochtendtypes, pubers en adolescenten zijn vaker avondtypes en ouderen keren geleidelijk aan terug naar een ochtendtype (3).
Op korte termijn kunnen sociale verplichtingen, school- en werktijden het chronotype eveneens beïnvloeden. Zo kan je zelf, via gerichte aanpassingen, van een avondtype opschuiven in de richting van een ochtendtype (4):
- blootstelling aan fel natuurlijk licht in de ochtend;
- geen koffie of andere dranken met cafeïne na 17 uur;
- geen sport ’s avonds;
- kunstlicht ’s avonds beperken;
- schermtijd ’s avonds beperken.
Conclusie
Chronotypes hebben met variaties in klokgenen te maken. Dat zijn de genen die het slaap-waakritme regelen. Ze zijn voor iedereen een beetje anders. Over het algemeen zijn de verschillen tussen avond- en ochtendmensen beperkt. Naast de klokgenen spelen omgevingsfactoren een rol. Als je vroeg op moet, dan ga je je bedtijd na verloop van tijd automatisch aanpassen, om voldoende slaap te hebben. Je slaap-waakritme past zich daaraan ook aan. Je kan dus van een avondtype naar een ochtendmens evolueren, en omgekeerd.
Referenties
- (2) Jones SE, Lane JM, Wood AR et al. Genome-wide association analyses of chronotype in 697,828 individuals provides insights into circadian rhythms. Nat Commun 2019;10(1):343.
- (3) Fischer D, Lombardi DA, Marucci-Wellman H et al. Chronotypes in the US - Influence of age and sex. PLoS One 2017;12(6):e0178782.
- (4) Figueiro MG, Plitnick B, Rea MS. The effects of chronotype, sleep schedule and light/dark pattern exposures on circadian phase. Sleep Med 2014;15:1554-64.