Cebam Verschenen op 31/10/2017

In het nieuws

In België zijn er 10.000 automatische externe defibrillatoren (AED) opgesteld, geschikt voor gebruik door het grote publiek. Dankzij deze toestellen zouden naar schatting jaarlijks 6 à 28 levens gered worden van mensen die getroffen worden door een plotse hartstilstand.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) bestudeerde het gebruik van AED’s in ons land (1). In deze studie kwam het KCE tot het besluit dat de impact van deze toestellen op de overlevingskans van slachtoffers van een hartstilstand beperkt is. Het nauwkeurig registreren en bijhouden van de juiste lokalisatie van elk toestel, en dit register ter beschikking te stellen van de hulpdiensten (112), brandweer en politie, zou de impact van AED’s kunnen vergroten. Ook het opzetten van een landelijk netwerk van oproepbare vrijwilligers die de toestellen weten staan, zoals in Nederland, zou bijkomende levens kunnen redden.

Bron

(1) Van Brabandt H et al. Static automated external defibrillators for opportunistic use by bystanders. Health Technology Assessment (HTA) 2017. KCE Reports 294. D/2017/10.273/83.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

In ons land worden naar schatting jaarlijks 9.000 mensen getroffen door een plotse hartstilstand, d.w.z. 1 slachtoffer per uur. Deze hartstilstand wordt veroorzaakt door een hartritmestoornis (ventrikelfibrillatie), waarbij het hart plots begint te trillen, zonder dat er nog bloed naar het lichaam wordt gepompt. Hierdoor valt het slachtoffer bewusteloos neer. Enkel door het toedienen van een elektrische schok (defibrillatie) kan men de persoon redden. Door de schok wordt het hart gereset, en herneemt de pompfunctie. Indien de defibrillatie niet gebeurt binnen de paar minuten na de hartstilstand, dooft de fibrillatie uit en overlijdt het slachtoffer. Door het onmiddellijk starten van reanimatie (hartmassage, mond-op-mondbeademing) kan men, in afwachting van de defibrillatie, nog tijd winnen en hersenschade door zuurstofgebrek uitstellen of voorkomen.

De reden waarom slechts een beperkt aantal slachtoffers van een hartstilstand met een AED gered wordt, ligt aan het feit dat de meesten reeds verloren zijn alvorens een defibrillator aangelegd wordt. Slechts 30% van de hartstilstanden doen zich buitenshuis voor, en in slechts de helft daarvan is er iemand getuige van het incident. Van de 9.000 gevallen per jaar zijn er dus slechts 1.350 bij wie een AED een effect kan hebben. Uit cijfers van andere landen (Scandinavië, Japan) blijkt dat slechts bij 2 à 10% van deze gevallen (dus bij 27 à 135 slachtoffers) een AED gebruikt wordt. Dat komt bijv. omdat er geen AED beschikbaar is, omdat hij niet bereikbaar is, omdat men hem niet vindt, omdat men hem niet durft te gebruiken, enz. Bovendien worden lang niet alle personen bij wie een AED gebruikt wordt, hierdoor gered. Uit grote buitenlandse studies blijkt dat minder dan 30% van deze mensen in goede conditie overleeft. Dit heeft onder meer te maken met de tijdspanne tussen de hartstilstand en de schok, en met de kwaliteit van de reanimatie in afwachting van de schok.

Zo komt men ertoe dat in België jaarlijks 6 à 28 personen gered worden dankzij het gebruik van de AED. In Nederland wordt al sinds vele jaren hard gewerkt aan de optimalisatie van dringende hulpverlening. Als de Nederlandse overlevingscijfers ook bij ons toepasbaar zouden zijn, dan zou men jaarlijks tot tienmaal meer (280) levens kunnen redden. 

Conclusie

AED’s zijn slechts bij een beperkt aantal slachtoffers van hartstilstand levensreddend. In de meeste gevallen komt men te laat. Een optimalisatie van dringende medische hulpverlening in het algemeen, waarin AED’s slechts een van de vele schakels vertegenwoordigen, zou de overleving bij hartstilstand kunnen verbeteren.

Vond je dit artikel nuttig?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief