Patrik Vankrunkelsven Verschenen op 05/10/2018

In het nieuws

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) brengt volgend jaar de elfde versie van de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD) uit. Daarin zal voor het eerst plaats zijn voor traditionele Chinese geneeskunde.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Op 27 september verscheen er in het belangrijk geneeskundig tijdschrift Nature een artikel (1) dat erop wijst dat de WHO een nieuw hoofdstuk (Chapter 26) toevoegt aan het ICD diagnostisch handboek. Het ICD is een internationaal gehanteerde lijst van aandoeningen, bijgehouden door de WHO. Momenteel gebruikt men de tiende editie (ICD-10), die in 1996 werd gepubliceerd. Om de paar decennia wordt de lijst geüpdatet. De volgend editie is dus ICD-11.

In de ICD-lijst krijgt elke aandoening een precieze code. Dit maakt het de artsen en ziekenhuizen gemakkelijk om met elkaar te communiceren. De codes worden ook veel gebruikt in de communicatie tussen ziekenhuizen, ziekenfondsen en overheid. Zo kan de overheid precies weten hoeveel mensen een bepaalde aandoening ontwikkelen.

In het ICD-handboek bestaat er voor elke groep aandoeningen een hoofdstuk. Zo gaat hoofdstuk 1 over infectieziekten en hoofdstuk 9 over hart- en vaatziekten. Nu wordt een nieuw hoofdstuk 26 toegevoegd met 3.106 diagnoses en aandoeningen zoals ze worden beschreven in de traditionele Chinese geneeskunde. Het gaat dus niet over behandelingen. Er worden wel termen in gehanteerd die verwijzen naar belangrijke elementen in de traditionele Chinese geneeskunde, zoals Yin en Yang, Qi, meridianen, enz. Enkele voorbeelden: de aandoening waarbij men veel dorst heeft en overvloedig plast wordt uitgelegd als een gevolg van een ’tekort aan yin-vloeistoffen in de long, milt of nieren die leiden tot vuur en hitte in het lichaam’. Nochtans is deze aandoening bij ons goed gekend als diabetes insipidus, het gevolg van een tekort aan een bepaald hormoon (ADH). Andere aandoeningen beschreven in hoofdstuk 26 zijn ‘een gebrek aan Qi in de milt’ of ‘stagnatie van Qi in de lever’. 

Bron

(1) https://www.nature.com/articles/d41586-018-06782-7

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat hier voor alle duidelijkheid over diagnoses en niet over behandelingen, zoals acupunctuur. Daar spreekt de WHO zich niet over uit.

Wat wetenschappers zorgen baart, is dat hier een strategie achter schuilt: de WHO wil dat traditionele geneeswijzen uit China ingebed worden in de aangeboden behandelingen in een bepaald land, om ze op termijn eventueel ook in aanmerking te laten komen voor terugbetaling. De traditionele geneeswijzen werden door Mao Zedong nieuw leven in geblazen, niet omdat hij erin geloofde, maar omdat het goedkoop was en hij zo de ganse bevolking kon bereiken. Een zoethoudertje, zeg maar (1). Ondertussen is het een echte industrie geworden. Chinese kruiden worden massaal uitgevoerd naar het westen. De Chinees-Canadese arts Margaret Chang, die tussen 2006 en 2017 de WHO leidde, heeft sterk aangedrongen om dit hoofdstuk over traditionele geneeskunde toe te voegen.

Deze toevoeging is niet ongevaarlijk, omdat de werkzaamheid van de traditionele Chinese methoden niet bewezen is. Het effect van de behandelingen is nauwelijks kritisch onderzocht volgens gangbare wetenschappelijke methoden. Wel bestaan er nevenwerkingen. In China alleen al zijn er jaarlijks 230.000 meldingen. Een veel gebruikte stof in Chinese kruiden is aristolochiazuur, waarvan aangetoond is dat het nierfalen en kanker kan veroorzaken.

Conclusie

Het opnemen van aandoeningen die verwijzen naar de traditionele Chinese geneeskunde in de officiële lijst van aandoeningen van de Wereldgezondheidsorganisatie zegt niets over de kwaliteit van deze vorm van geneeskunde. Het gevaar bestaat dat deze methoden zo meer aanvaard zullen worden, terwijl er geen bewijs is van enig effect.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief