gezondheid en wetenschap

Chlamydia trachomatis

Wat is het? 

Chlamydia trachomatis is de naam van een bacterie die infecties kan veroorzaken in de geslachtsdelen en urinewegen van mannen en vrouwen. Het is een seksueel overdraagbare aandoening (soa), die men meestal oploopt na onbeschermd seksueel contact.
Een infectie met chlamydia maakt niet altijd ziek. Veel infecties verlopen zonder klachten. Maar dit betekent niet dat ze geen schade veroorzaken, wel integendeel. De chlamydia-bacterie tast cellen in de slijmvliezen aan, vnl. in intieme zones zoals de vagina, baarmoederhals, urinebuis, penis en anale regio. De bacterie geeft bij mannen ook ontstekingen van de prostaat en de bijbal. Ze is tevens een bekende verwekker van ontstekingen in het kleine bekken bij vrouwen, meer bepaald van de eierstokken en de eileiders. Dit kan leiden tot onvruchtbaarheid en gaat gepaard met een grotere kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Chlamydia kan bovendien de ogen van pasgeborenen infecteren tijdens de bevalling. En na orale seks ten slotte kan chlamydia ontstekingen veroorzaken in de mondholte en de amandelen. Om al deze redenen kun je de huisarts vragen om je te laten testen op chlamydia.

Hoe vaak komt het voor? 

Chlamydia is de meest voorkomende soa in België, en komt de laatste jaren steeds meer voor. Dit zou ten dele te wijten zijn aan het feit dat er meer op chlamydia wordt getest en dat er veel vrijer over kan gesproken worden. Desalniettemin gaat men er ook van uit dat het absolute aantal infecties met chlamydia stijgt. Chlamydia wordt het vaakst vastgesteld bij jonge vrouwen tussen 15 en 34 jaar. Zo schat men dat bij 3% tot 6% van de vrouwen in Europa in de vruchtbare levensfase chlamydia heeft. Twee keer meer vrouwen dan mannen worden met chlamydia gediagnosticeerd. Ook hier denkt men dat dit het gevolg is van het feit dat vrouwen zich vaker laten testen dan mannen. In 2014 telde men in België 5605 gevallen van chlamydia. Het gaat dan alleen om de personen die zich lieten testen en behandelen. Dit cijfer kan dus een onderschatting zijn. Zoals gezegd geeft chlamydia vaak geen klachten, waardoor men niet geneigd is om medische hulp in te roepen. 

Hoe kun je het herkennen? 

In veel gevallen zijn er geen symptomen. Zijn er toch klachten, dan hebben ze betrekking op het geïnfecteerde lichaamsdeel. Bij vrouwen kunnen dat zijn: pijn bij het plassen, meer of veranderde vaginale afscheiding, bloedverlies na seksueel contact of bloedverlies tussen twee maandstonden in (tussentijds bloedverlies). Bij infectie van de organen in het bekken, kan vage of net hevige onderbuikpijn ontstaan, of pijn bij seksueel contact. Bij mannen infecteert chlamydia de plasbuis, hetgeen kan leiden tot een witte slijmerige afscheiding uit de penis, pijn in de balzak of een onaangenaam gevoel bij het plassen. Na anale seks kan chlamydia het slijmvlies aan het einde van de dikke darm infecteren, met als gevolg anale pijn, bloederige of slijmerige afscheiding. 

Bij wie chlamydia opsporen?

De arts zal aan een groep vrouwen zonder klachten een opsporingstest voorstellen (dit noemt men "opportunistische screening"). Dat zijn :
- vrouwen jonger dan 35 jaar met meer dan 1 partner het laatste jaar of met recent (minder dan 6 maanden) een nieuwe partner;
- vrouwen bij wie een zwangerschapsonderbreking wordt gepland.
Het gaat om een eenvoudige test op een urinestaal of op vaginaal slijm, afgenomen met een wattenstaafje. De patiënt kan deze test weigeren. Is de test positief, dan zal een bijkomende test de diagnose moeten bevestigen. Het is bewezen dat dergelijke screening het aantal laattijdige complicaties van de infectie doet dalen.
Bij een andere groep met klachten die mogelijk te wijten zijn aan chlamydia, gaat de arts de infectie actief opsporen aan de hand van een diagnosetest. Dat gebeurt bij:
- vrouwen met één of meer van de volgende risicofactoren: bloedverlies na seksueel contact of tussen de menstruaties in, pijn bij het plassen die niet verdwijnt met een klassieke behandeling, ontsteking van de plasbuis bij de partner;
- mannen met pijn bij het plassen of met slijmerige afscheiding uit de plasbuis.

Hoe stelt je arts de aandoening vast? 

De arts zal op basis van je verhaal en klachten een chlamydia-infectie vermoeden. Hij onderzoekt dan de slijmvliezen van geslachtsorganen, aars en mond.
Een chlamydiatest kan op verschillende manieren. Meestal gebeurt dit aan de hand van een urinetest. De eerste 10 – 20 ml van een plas worden dan opgevangen in een steriel potje. Het vooraf wassen van de intieme zone is niet nodig. Men raadt aan om één uur voor het afnemen van een urinestaal niet te plassen. De urine wordt onderzocht op aanwezigheid van DNA van chlamydia. Een andere manier van testen is op een wissertje, afgenomen uit de vagina (of soms baarmoederhals), uit de plasbuis (bij de man), de mondholte of de aars. Een positieve test op chlamydia DNA wordt steeds door een andere test bevestigd.

Wat kan je arts doen? 

Chlamydia is goed te behandelen met antibiotica. In België is de standaardbehandeling voor chlamydia 1 g azithromycine, in 1 keer in te nemen. Ook de partner moet behandeld worden. Een andere mogelijkheid is doxycycline 100 mg 2 x per dag gedurende 7 dagen. Erythromycine en amoxicilline kunnen alternatieven zijn in geval van bv. allergie of zwangerschap. 

Wat kun je zelf doen? 

Seksueel contact met condoom blijft tot op heden de veiligste manier om geen soa op te lopen. Heb je geen condoom gebruikt en ben je niet zeker of je partner een soa heeft, dan laat je je best testen; ook wanneer je last krijgt van pijn of branderigheid tijdens het plassen, of meer vaginale afscheiding ondervindt of nog wanneer je te weten komt dat een bedpartner een soa heeft.
Jongeren onder de 20 jaar met ‘risicogedrag’ (bv. meerdere bedpartners op korte tijd) of die tekenen vertonen van een soa-infectie krijgen een test terugbetaald door het Rijksinstituut voor Ziekte- en InvaliditeitsVerzekering (Riziv). Op de factuur van het labo staat niet expliciet vermeld welke test werd afgenomen.
Wordt er bij jou chlamydia vastgesteld, dan is het heel belangrijk om je partner in te lichten. Zo kan ook hij of zij zich laten testen en, zo nodig, behandelen. Sowieso is het belangrijk om onzekerheden en vragen te delen met een arts, je huisarts of gynaecoloog. Elke arts is in elk geval gebonden aan het medisch beroepsgeheim en zal deze informatie met de grootste discretie behandelen. 

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.sensoa.be
www.seksualiteit.be

Gerelateerde richtlijnen


Aangepast op 15/06/2018

Bedankt voor je feedback!

Ook interessant

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief