gezondheid en wetenschap

Gangstoornissen

Wat is het?

Een gangstoornis is een verzamelnaam voor allerlei aandoeningen die een normaal gangpatroon belemmeren en/of verstoren. Gangstoornissen kunnen een belangrijke impact hebben op de mobiliteit, de hulpbehoevendheid en het risico op vallen.
Bij jonge personen wordt een gangstoornis meestal veroorzaakt door een ziekte. Naarmate men ouder wordt, kan een gangstoornis het gevolg zijn van een samenspel van meerdere onderliggende aandoeningen.
Gangstoornissen worden opgedeeld volgens oorzaak: neurologische en niet-neurologische. Hoe jonger je bent, hoe groter de kans dat de gangstoornis te wijten is aan een neurologische aandoening.
Enkele voorbeelden van niet-neurologische oorzaken zijn:
* breuk van de onderste ledematen,
* artrose, artritis,
* hart- en vaatziekten,
* lage bloeddruk bij rechtstaan (orthostatische hypotensie),
* verminderd zicht.
Enkele neurologische oorzaken zijn:
* ziekten die het ruggenmerg samendrukken (hernia, myelitis, …),
* hersenbloedingen, meer bepaald subduraal hematoom (bloeduitstorting in de ruimte tussen twee bepaalde hersenvliezen),
* beroerte,
* ziekte van Parkinson,
* alcoholisme,
* polyneuropathie door bvb. diabetes,
* hersen- of ruggenmergtumor,
* amyotrofe Laterale Sclerose (ALS),
* multiple sclerose.

Hoe vaak komt het voor?

Gangstoornissen komen frequent voor en vaker bij ouderen (82% bij 85-jarigen) dan bij jongeren.

Hoe kun je het herkennen?

Bij gangstoornissen kun je meerdere symptomen ervaren zoals frequent vallen, stapproblemen, verbreed steunvlak (wandelen met de voeten wijd uit elkaar), voorovergebogen houding en onzeker, wankel gevoel tijdens het wandelen. Alarmsymptomen voor mogelijke ruggenmergaantasting zijn een plots algemeen zwaktegevoel in beide onderste ledematen en cauda equinasyndroom (beklemming van de zenuwbundel onderaan in de rug), lagerugpijn, uitstraling naar onderste ledematen, niet normaal kunnen plassen of stoelgang maken en gevoelloosheid in zadelgebied (billen, dijen, blaas en endeldarm).
Tal van neurologische aandoeningen met impact op het gangpatroon gaan ook gepaard met andere symptomen, zoals bewustzijnsstoornissen, geheugenstoornissen, urine-incontinentie, beven, gevoelsstoornissen (bvb. mieren voelen lopen op je benen), …

Hoe stelt je arts de diagnose?

Aan de hand van specifieke vragen en een lichamelijk onderzoek zal de arts op zoek gaan naar de juiste oorzaak. Zo nodig vraagt hij bijkomende onderzoeken aan, zoals een bloedonderzoek.

Wat kan je arts doen?

De behandeling van een gangstoornis hangt af van de diagnose of van de reden van de gangstoornis. Zo zal de aanpak helemaal anders zijn bij de ziekte van Parkinson dan na een beroerte. Vaak is die aanpak ook multidisciplinair. Dat betekent dat meerdere zorgverleners betrokken zijn. Bij gangstoornissen zijn dat doorgaans de kinesitherapeut, (revalidatie)arts, logopedist en ergotherapeut. Soms moet men speciale hulpmiddelen voorzien. Bij plotse zwaktegevoel in beide benen en klachten die passen bij een cauda equinasyndroom zal je arts je onmiddellijk doorsturen naar het ziekenhuis.

Wat kun je zelf doen?

Blijven bewegen is in veel gevallen de boodschap, zij het soms op een aangepaste manier. Is er zenuwaantasting door diabetes, dan is het noodzakelijk om je suiker goed te regelen en te letten op je dieet.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be

Gerelateerde richtlijnen

verschenen op 29/08/2017

Bedankt voor je feedback!

Ook interessant

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief