gezondheid en wetenschap

Overgevoeligheid voor geneesmiddelen

Wat is het?

Overgevoeligheid is een abnormale reactie op een bepaalde stof, in dit geval een geneesmiddel. Het geneesmiddel komt in het lichaam terecht via de mond (pillen), via de ademhaling (puffers tegen astma), via de huid (zalf) of door inspuiting. Het kan gaan om een allergische of een niet-allergische reactie. Een stof die een allergische reactie uitlokt noemen we een allergeen. Dat kan in principe elke lichaamsvreemde stof zijn, zoals het geneesmiddel dus.
Bij een allergische reactie komen in het lichaam massaal veel afweerstoffen vrij, die verantwoordelijk zijn voor de allergische symptomen. Deze reactie zal zich telkens opnieuw voordoen bij iedere inname van het geneesmiddel. Vaak wordt de reactie gaandeweg ook erger.
Bij een niet-allergische reactie zijn er wel symptomen, maar worden er niet overmatig veel afweerstoffen aangemaakt. In dit geval spreken we eerder van een geneesmiddelenintolerantie. Soms is een externe factor nodig om de reactie uit te lokken, zoals zonlicht. De reactie treedt dan alleen op als je na inname van het geneesmiddel in de zon komt (fotosensitiviteit).
Elk geneesmiddel kan een overgevoeligheidsreactie uitlokken. Deze reacties komen het vaakst voor met antibiotica (penicilline), ontstekingsremmers en pijnstillers, en met geneesmiddelen die op het centraal zenuwstelsel inwerken zoals middelen voor de behandeling van de ziekte van Parkinson.

Hoe vaak komt het voor?

Vijftien procent van de mensen denkt allergisch te zijn voor minstens één geneesmiddel. Studies geven andere cijfers, maar ze lopen sterk uiteen, van 0,5 tot 5%. Dit komt omdat de definitie van allergie kan verschillen naargelang het onderzoek.

Hoe kun je het herkennen?

Een overgevoeligheidsreactie kan zeer sterk variëren, van onschuldig tot zeer ernstig en levensbedreigend. Ze kan onmiddellijk optreden, een paar minuten na de inname, of pas na enkele dagen tot enkele weken.
Het voornaamste kenmerk is huiduitslag met jeuk. De meest voorkomende vormen zijn rode vlekken of bultjes en netelroos. Maar zowat alle types van huiduitslag zijn mogelijk: vochtblaren, schilferende op eczeem lijkende plekken en kleine of grotere bloeduitstortingen in de huid. Een geneesmiddel of geneesmiddelenklasse kan verschillende soorten huiduitslag veroorzaken. Het uitzicht alleen zegt niet veel over de oorzaak.
Allergische symptomen kunnen tevens voorkomen ter hoogte van de luchtwegen: niezen, neusloop, piepende ademhaling en kortademigheid. Ook tranende ogen zijn mogelijk. In extreme gevallen kan een shock optreden met hartkloppingen, daling van de bloeddruk, duizeligheid en bewustzijnsverlies.
De overgevoeligheidsreactie duurt meestal ongeveer 12 uur, soms enkele dagen, uitzonderlijk enkele weken.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

De diagnose van overgevoeligheid voor geneesmiddelen kan zeer moeilijk zijn. De symptomen zijn niet typisch; ze komen dus ook voor bij tal van andere aandoeningen, zoals virale infecties. Bovendien bestaan er voor de meeste geneesmiddelen geen tests die het bewijs kunnen leveren. Vaak ook nemen mensen meerdere geneesmiddelen tegelijk, zodat niet altijd duidelijk is welk medicijn de boosdoener is. Daarom zal de arts je heel gericht vragen stellen i.v.m. het optreden van de klachten en de inname van geneesmiddelen. Er zal ook een bloedonderzoek gebeuren om de afweerstoffen te bepalen.
Voor sommige geneesmiddelen bestaan huidpriktests. Hierbij brengt men een druppeltje met het geneesmiddel op de huid aan, en prikt men met een fijn naaldje in de huid doorheen de druppel. Uit de reactie kan de arts na een paar dagen aflezen of het om een allergische reactie gaat (jeukende witte bult met omringende roodheid). Er bestaan daarnaast ook patchtests, die worden gebruikt bij trage overgevoeligheidsreacties. Hierbij wordt een pleister met het geneesmiddel op de huid aangebracht. Het resultaat is eveneens na een paar dagen af te lezen. Deze onderzoeken gebeuren door een specialist, meestal een huidarts of een allergoloog. Ingeval deze onderzoeken niets uitwijzen, is er nog de geneesmiddelprovocatietest. Het geneesmiddel wordt dan onder toezicht toegediend, beginnend met een kleine dosis. Is er geen reactie, dan wordt de dosis geleidelijk opgedreven tot een normale therapeutische dosis. Dit kan een ernstige reactie uitlokken. Daarom gebeurt deze test steeds in het ziekenhuis, en enkel bij personen voor wie het geneesmiddel absoluut noodzakelijk is.

Wat kun je zelf doen?

De juiste informatie is zeer belangrijk voor de arts. Schrijf daarom alles goed op: wat heb je precies ingenomen? Welke dosis? Wanneer? Hoe snel na inname zijn de klachten begonnen? Is het de eerste keer of heb je dit vroeger nog gehad? Heb je een gekende overgevoeligheid voor andere geneesmiddelen?
Eens de diagnose is gesteld, vraag dan aan je arts een pasje, waarop de geneesmiddelen staan die je niet mag innemen. Draag dat steeds bij je en laat het bij elke raadpleging zien.

Wat kan je arts doen?

De eerste maatregel is natuurlijk het geneesmiddel stoppen. Zo nodig wordt het vervangen door een medicijn met dezelfde werking, maar met een andere samenstelling. Milde overgevoeligheidsreacties verdwijnen dan doorgaans vanzelf. In geval van hardnekkige huiduitslag met erge jeuk kan je arts anti-allergische middelen voorschrijven. Lokaal kan een cortisonecrème helpen. In ernstige gevallen zal cortisone in tabletten worden gegeven.
Je arts noteert in je patiëntendossier dat je overgevoelig bent voor het bewuste geneesmiddel, en welke reactie je hierop hebt gedaan (bvb huiduitslag).

Bronnen

www.ebmpracticenet.be


Verschenen op 26/02/2016

Bedankt voor je feedback!

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief