Sanne Boonen Verschenen op 06/02/2019

In het nieuws

Een Leuvens onderzoeksteam onder leiding van professor Jeroen Raes heeft ontdekt dat verschillende darmbacteriën stoffen kunnen produceren die onze mentale gezondheid beïnvloeden.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onze darmbacteriën, het zogenaamde ‘microbioom’, zijn een populair onderwerp in wetenschappelijk onderzoek dat veel media-aandacht krijgt. Steeds vaker worden er verbanden gelegd tussen onze darmbacteriën en het ontstaan van bijv. chronische darmaandoeningen, maar ook obesitas, diabetes en kanker.

De onderzoekers van deze studie waren geïnteresseerd in het verband tussen darmbacteriën en mentale gezondheid. In het Vlaamse Darmflora Project werden stoelgangstalen van 1.054 vrijwilligers verzameld. Om een inschatting te maken van de fysieke en mentale gezondheid van de vrijwilligers werd hen gevraagd vragenlijsten in te vullen. Van alle verzamelde stoelgangstalen werden er 150 grondig onderzocht om na te gaan welke bacteriën erin aanwezig waren (1). Dit betrof een groep van 80 personen met een depressie, waarvan er 40 antidepressiva namen, en 70 gezonde personen zonder voorgeschiedenis van darmaandoeningen en kanker. Ze waren vergelijkbaar op vlak van leeftijd, geslacht, BMI en uitzicht van de stoelgang. Twee types darmbacteriën, Faecalibacterium en Coprococcus, waren vaker afwezig bij mensen met depressieve klachten.

Bron

(1) Valles-Colomer M, Falony G, et. al. The neuroactive potential of the human gut microbiota in quality of life and depression. Nat Microbiol. 2019 Feb 4. doi: 10.1038/s41564-018-0337-x

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Tot hiertoe zijn veel uitspraken over onze darmbacteriën gebaseerd op studies uitgevoerd bij muizen. Dat nu ook de stoelgang van mensen werd onderzocht, is een stap voorwaarts. Een grote verstorende factor is het feit dat de vragenlijsten en de stoelgangsstalen op hetzelfde moment werden afgenomen. Veel betrouwbaarder is onderzoek naar de samenstelling van de stoelgang op een gegeven moment en naar het ontwikkelen van een depressie bij dezelfde personen jaren later. Gelukkig komt er een opvolging van deze studie, die ons hopelijk meer kan leren. Het is dus onmogelijk om te stellen dat het ontbreken van twee bacteriesoorten iets te maken heeft met de depressie op dit moment. Het kan bijvoorbeeld net zo goed een gevolg zijn van de depressie als een oorzaak.

De onderzoekers en de media geven duidelijk aan dat het ontbreken van deze darmbacteriën niet noodzakelijk de oorzaak van een depressie is. De suggestie dat probiotica in de toekomst misschien tegen een depressie kunnen beschermen is nog heel ver van ons bed. Daarvoor is veel meer onderzoek nodig.

Of een depressie nu in de darmen of in onze hersenen ontstaat, helpt mensen die worstelen met deze vreselijke aandoening op dit moment niet vooruit. Mocht er een verband worden aangetoond, dan opent dit wel mogelijkheden voor een behandeling. Maar daar moeten we dan nog tien à twintig jaar op wachten.

Conclusie

Onderzoekers stellen vast dat twee bacteriesoorten ontbreken in de darm van mensen die zich depressief voelen. Of de depressie een gevolg is van deze vaststelling, is helemaal niet zeker. Het kan ook een oorzaak zijn, of een toevallige vondst.

Ook interessant

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief