Bewering
Aan brandnetels worden heel wat positieve effecten toegeschreven. Zo zouden ze de kracht hebben om je bloed te zuiveren. En door met brandnetels op je huid te slaan, zou je reuma kunnen verlichten en vitaler worden. Wat zegt de wetenschap?
Conclusie
Geneteld worden of je vrijwillig prikken aan brandnetels levert vooral hevig jeukende bultjes op, maar het heeft geen duidelijke gezondheidsvoordelen. Wetenschappelijk onderzoek naar de impact van deze volkstherapie spitst zich vooral toe op reuma en artrose. Positieve effecten zijn verwaarloosbaar. Brandnetels aanraken verandert ook niets aan de samenstelling van je bloed.
Lees verder »Waar komt deze bewering vandaan?
Door brandnetels lopen is een traditionele volkswijsheid om gewrichtspijn te verlichten. Het zou ook je bloed zuiveren. Wijsheden over brandnetels doen het nog altijd goed op websites van naturopaten, zoals Pluk Geluk (1).
Brandnetels zijn bedekt met kleine, witte haartjes. In die haartjes zitten stoffen, waaronder mierenzuur, die een bijtende, irriterende werking hebben.
- Als je met een brandnetel in aanraking komt, breken de puntjes van die haartjes. Ze prikken dan als mini-injectienaaldjes de bijtende stoffen direct in je huid.
- Dat lokt een reactie uit van je afweersysteem, waardoor je sterk jeukende bultjes krijgt.
Het is een verdedigingsmechanisme van de plant tegen dieren en mensen die de brandnetel willen opeten of plukken. Met succes, want we lopen er liefst met een boogje omheen.
Brandnetels spreken tot de verbeelding. Al sinds oudsher worden ze gebruikt als volkstherapie, voornamelijk bij gewrichtsklachten.
Bron
(1) Pluk Geluk. Grote Brandnetel.
Hoe moet je deze bewering interpreteren?
Pijnlijke gewrichten
Er bestaan studies over het effect van brandnetels op pijnlijke gewrichten door artrose. Maar de resultaten spreken elkaar tegen en een grondige wetenschappelijke basis ontbreekt.
- Volgens de ene studie is er een beperkt positief effect op gewrichtspijn.
- Maar uit een Cochrane-overzichtsstudie blijkt dat andere studies dat niet konden bevestigen (2).
Recent laboratoriumonderzoek zou erop wijzen dat brandnetelextracten bepaalde ontstekingsparameters onderdrukken. Maar dat werd niet getest bij mensen (3).
Er is ook onderzoek naar de effecten van supplementen op basis van brandnetel bij pijnlijke gewrichten. Maar een overzichtsstudie hierover is weinig overtuigend. In het beste geval kunnen mensen die ontstekingsremmers innemen die dosis ietsje verlagen als ze dat combineren met brandnetelsupplement (4).
Bloedzuiverend
De term ‘bloedzuiverend’ heeft geen duidelijke betekenis: wat er precies bedoeld wordt en waarvan het bloed dan wel zou gezuiverd worden, is niet bekend. Na prikkeling door brandnetels verdwijnen er alleszins geen stoffen uit het bloed, ook geen gifstoffen.
| En wat met brandnetelthee of -soep? Brandnetels bevatten interessante stoffen, waaronder ijzer en verschillende vitamines. Af en toe een kopje brandnetelthee of -soep kan perfect. Maar drink er liever geen liters van, omdat brandnetels graag zware metalen uit de bodem opnemen. Ook die komen in je kopje thee of kom soep terecht. |
Conclusie
Geneteld worden of je vrijwillig prikken aan brandnetels levert vooral hevig jeukende bultjes op, maar het heeft geen duidelijke gezondheidsvoordelen. Wetenschappelijk onderzoek naar de impact van deze volkstherapie spitst zich vooral toe op reuma en artrose. Positieve effecten zijn verwaarloosbaar. Brandnetels aanraken verandert ook niets aan de samenstelling van je bloed.
Referenties
- (2) Cameron M, Chrubasik S. Topical herbal therapies for treating osteoarthritis. Cochrane Database of Syst Rev 2013; https://doi.org/10.1002/14651858.CD010538
- (3) Wilmers A, Potterat O, Huber R et al. Comparative study of different stinging nettle preparations regarding to their immunomodulating effect on primary human T-lymphocytes. Fitoterapia 2026;189:107081. doi: 10.1016/j.fitote.2025.107081.
- (4) Chrubasik J, Roufogalis B, Wagner H et al. A comprehensive review on nettle effect and efficacy profiles, Part I: herba urticae. Phytomedicine 2007;14(6):423-435.