Wat is een veneuze trombo-embolie (VTE)?
Een bloedklonter kan een bloedvat verstoppen. Dat heet een trombose.
- Wanneer de klonter in een diepe ader zit, gaat het om een diepe veneuze trombose (DVT).
- Wanneer de klonter in een bloedvat naar of in de longen zit, gaat het om een longembolie.
Veneuze trombo-embolie (VTE) is een overkoepelende term voor die twee aandoeningen.
Risicofactoren
Deze factoren vergroten de kans op een veneuze trombo-embolie:
- Je hebt een erfelijke stollingsstoornis.
- Je hebt kanker.
- Je hebt recent een operatie gehad.
- Je bent zwanger of net bevallen.
- Je kan langdurig niet bewegen (bijvoorbeeld door bedrust, een gipsverband of een lange vliegreis.
- Je hebt overgewicht.
- Je hebt een ernstige infectie.
- Je hebt hartfalen.
- Je neemt de pil of neemt hormonen tijdens de menopauze.
- Je hebt al eerder een diepe veneuze trombose gehad.
- Je rookt.
- Je hebt spataders.
Het risico neemt ook toe met het ouder worden.
Wat kan je doen om een veneuze trombo-embolie te voorkomen?
Algemene adviezen
- Beweeg veel.
- Heb je overgewicht? Probeer dan af te vallen.
- Een diëtist kan je daarbij helpen.
- Rook je? Probeer dan te stoppen.
- Vraag raad aan je arts of aan een erkende tabakoloog.
Heb je hulp nodig bij deze adviezen? Praat erover met je zorgverlener.
Bloedverdunnende medicatie
Heparine is een geneesmiddel dat je bloed verdunt. Je dient het één keer per dag toe via een spuitje. Je kan leren om het middel zelf in te spuiten of je kan het door een verpleegkundige laten doen.
Steunkousen
Je arts kan je steunkousen voorschrijven. Een ander woord voor steunkousen zijn anti-trombosekousen of compressiekousen. Ze worden op maat gemaakt. Overleg met je arts wanneer en hoelang je ze moet dragen.
Ik heb een operatie ondergaan
Vóór de operatie beoordeelt je arts hoe groot het risico is dat een veneuze trombo-embolie zich bij jou kan voordoen. Daarvoor kijkt je arts naar:
- je medische voorgeschiedenis;
- je risicofactoren;
- het type ingreep.
Als het nodig is, moet je maatregelen nemen om een diepe veneuze trombose te voorkomen. Dat kan met:
- steunkousen;
- bloedverdunnende medicatie.
Als je bloedverdunnende medicatie neemt, heb je meer kans op bloedingen. Je arts weegt daarom altijd het risico af tussen een mogelijke veneuze trombo-embolie en mogelijk bloedingsgevaar. Mensen met een slecht gecontroleerde hoge bloeddruk lopen bijvoorbeeld meer risico op bloedingen.
Ik heb kanker
Mensen met kanker hebben een verhoogd risico op een veneuze trombo-embolie. Maar kanker en de behandeling ervan zorgen ook voor een hoger risico op een bloeding. Daarom weegt je arts de mogelijke risico's af tegen de voordelen.
Het risico op een veneuze trombo-embolie is het hoogst bij deze vormen van kanker:
- kanker in de onderbuik;
- uitzaaiingen;
- adenocarcinomen (kanker die ontstaat in het klierweefsel);
- hersentumoren;
- kanker die de bloeddoorstroming belemmert.
Je arts zal je in die gevallen heparine-spuitjes voorschrijven.
Ik ga op reis
Ik heb geen risicofactoren
Ga je op reis en moet je langer dan 6 uur stilzitten? Dan kan je met de volgende maatregelen een diepe veneuze trombose voorkomen:
- Drink voldoende water.
- Rek regelmatig je kuitspieren en/of loop een beetje rond, als dat kan.
Ik heb een verhoogd risico
Heb je een of meerdere risicofactoren en moet je lang stilzitten? Neem dan zeker deze maatregelen:
- Drink voldoende water.
- Rek regelmatig je kuitspieren en/of loop een beetje rond, als dat kan.
- Draag steunkousen.
Heb je een stollingsziekte (trombofilie) of heb je al eerder een veneuze trombo-embolie gehad? Dan kan je een spuitje heparine zetten een halfuur voor je vlucht. Aspirine is niet aanbevolen.
Ik ben zwanger of pas bevallen
Als je zwanger bent, heb je tot zes weken na de bevalling een hoger risico op een veneuze trombo-embolie. Maar als je geen andere risicofactoren hebt, moet je geen speciale maatregelen nemen.
Je moet wel maatregelen nemen als:
- je niet meer kan of mag bewegen (bijvoorbeeld door bedrust);
- je een grotere operatie onderging, zoals een keizersnede.
Heb je al eerder een diepe veneuze trombose of een longembolie doorgemaakt? Of heb je een blijvende risicofactor (bijvoorbeeld een stollingsstoornis)? Dan heb je een nog groter risico op een veneuze trombo-embolie. In dat geval moet je heel specifieke maatregelen nemen. Je arts bespreekt dat met je.
Meer weten?
De Trombosestichting: Trombose behandelen en voorkomen