gezondheid en wetenschap

Opvolging van behandelde schildklierkanker

Hoe vaak komt het voor?

Schildklierkanker is zeldzaam, maar het is wel de meest voorkomende kanker van het hormonale systeem. Het aantal diagnosen neemt de laatste jaren toe en in België en vele andere Europese landen is het één van de snelst stijgende vormen van kanker. In 2012 noteerde de Stichting Kankerregister in België 961 nieuwe gevallen van kanker, waarvan 709 bij vrouwen en 252 bij mannen. De gemiddelde leeftijd waarop de schildklierkanker wordt vastgesteld, is tussen 25 en 50 jaar.
Papillaire en folliculaire schildklierkankers vertegenwoordigen het grootste aandeel, namelijk 85-95% van alle schildklierkankers. Beide types groeien in de regel langzaam, en hebben een gunstige prognose: de gemiddelde 10-jaarsoverlevingskans bedraagt voor papillaire schildklierkanker meer dan 90%, voor kankers van het folliculaire type ongeveer 70%. Worden er na behandeling toch kwaadaardige haarden elders gedetecteerd (uitzaaiingen), dan is dat meestal binnen de eerste 3 jaar na de eerste behandeling. Uitzaaiingen bevinden zich bij het eerste type meestal in de lymfeklieren (typisch de halsstreek) en longen, bij het tweede in andere organen zoals longen en botten.

Hoe wordt het behandeld?

Als standaardbehandeling wordt de schildklier meestal bijna volledig operatief weggenomen. Drie tot 12 weken na de ingreep start men radioactieve jodiumtherapie op. Schildkliercellen zijn namelijk de enige lichaamscellen die jodium opnemen uit het bloed. Door jodium radioactief te maken, kan men de schildkliercellen, ook de uitgezaaide, heel gericht bestralen. Het jodium dat niet wordt opgenomen, plast men gewoon uit. Gaat het om een klein gezwel (diameter minder dan 1 cm), dan volstaat een operatie en is behandeling met radioactief jodium vaak niet nodig.
Na een operatieve verwijdering van de schildklier moet men levenslang thyroxine (schildklierhormoon) nemen. Het is de specialist-endocrinoloog die de thyroxinebehandeling instelt en opvolgt gedurende de eerste 5 jaar na behandeling. De dosis wordt aangepast volgens de waarden van bepaalde schildklierhormonen in het bloed: thyroïdstimulerend hormoon (TSH), vrij T4 en soms ook vrij T3.

Hoe gebeurt de opvolging?

Door de specialist
Voor de opvolging van patiënten met schildklierkanker bestaan er in de specialistische zorgverlening follow-upprotocollen. Alle patiënten worden in ieder geval gedurende 5 jaar na de eerste behandeling door een specialist-endocrinoloog opgevolgd. Die opvolging bestaat hoofdzakelijk uit bloedafnames om de schildklierwaarden op te volgen en een echografie van de halsstreek om plaatselijk herval of uitzaaiingen op te sporen. Is men niet ziektevrij na de eerste behandeling, dan wordt de groei van de resterende kankercellen tegengegaan met extra dosissen thyroxine.

Door de huisarts
Pas nadien, als je wordt beschouwd als genezen van een schildklierkanker van het papillaire of folliculaire type, kan de huisarts de zorg overnemen. Hij zal geregeld het voorschrift voor thyroxine moeten vernieuwen, en tijdens de consultaties aandacht hebben voor je algemene gezondheid, voor eventuele klachten of tekenen van een te hoge dosis thyroxine (dus van een te snel werkende schildklier). Dat zijn:
- algemene klachten van overgevoeligheid voor warmte, zweten, vermoeidheid, spierzwakte, verminderde conditie, beven van de handen, gewichtsverlies (zelfs bij goede eetlust), veel dorst en vaak moeten plassen;
- huidtekenen: warme, vochtige huid;
- spijsverteringsklachten: diarree, toegenomen darmwerking, sliklast door druk van de schildklier op de slokdarm;
- hartklachten: vooral hartritmestoornissen en versnelde hartslag;
- psychologische klachten: prikkelbaarheid, nervositeit, slapeloosheid;
- soms kan een onopvallende hyperthyroïdie na de menopauze osteoporose (botontkalking) of hartproblemen geven, zoals voorkamerfibrillatie (VKF) of vergroting van de linkerhartkamer (linkerventrikelhypertrofie).
De huisarts laat ook jaarlijks volgende waarden in het bloed meten: TSH, vrij T4 en thyroglobuline (Tg). TSH en vrij T4 worden in het bloed gecontroleerd. Hun waarden vertellen of de medicatie (thyroxine) die het lichaamseigen schildkierhormoon vervangt, goed gedoseerd is. Thyroglobuline (Tg) is een soort tumormarker die bij een stijging wijst op herval.
Naast het jaarlijks bloedonderzoek onderzoekt de huisarts ook ieder jaar de hals om abnormaliteiten op te sporen. Tijdens de eerste 5 jaar dat je huisarts je opvolgt, gebeurt om de 2 à 3 jaar een echografie van de halsstreek. Nadien is een echografisch onderzoek om de vijf jaar voldoende.
Bij stijging van het Tg-gehalte in je bloed of wanneer de huisarts abnormaliteiten vaststelt bij het onderzoeken van de halsstreek of bij de echografie, dan zal hij je doorverwijzen naar de specialist.

Meer info?

http://www.allesoverkanker.be/schildklierkanker
https://www.umcg.nl/NL/Zorg/Volwassenen/zob2/schildklierkanker/algemene_informatie/Schildklierkanker/Paginas/default.aspx

Bronnen

www.ebmpracticenet.be

verschenen op 14/12/2016

Bedankt voor je feedback!

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief