gezondheid en wetenschap

Spiercompartimentsyndroom (logesyndroom)

Wat is het?

Spieren zijn meestal gegroepeerd volgens hun functie, bvb. spieren voor buigen of strekken van een lidmaat. Zo’n groepje spieren zit in een ruimte omgeven door een dun peesachtig omhulsel. Dat geheel noemen we een spierloge of -compartiment. Het peesachtige omhulsel is vrij rigide en weinig elastisch. Als de druk in de loge toeneemt, kan de bloedtoevoer naar de spieren worden afgesloten. Het geheel van klachten die hiermee gepaard gaan, noemen we een spiercompartimentsyndroom of logesyndroom. Wordt er niets aan de klachten gedaan, dan kunnen de zenuwen en zelfs de spieren afsterven.
Dit syndroom kan plots ontstaan (acuut) of over een langere periode (chronisch):
- de plotse vorm wordt meestal veroorzaakt door een direct trauma zoals breuk, slag, brandwonden, vaatletsels door verwondingen of door een chirurgische ingreep en aanhoudende druk op een lidmaat, zoals bij iemand die in coma ligt of bij een klemmend gipsverband.
- de chronische vorm komt vooral voor bij intensief sporten. De spiermassa neemt door training soms zo snel toe dat ze onvoldoende ruimte heeft in de loge. Tijdens sportinspanning ontstaat dan verhoogde druk in het spiercompartiment waardoor de bloedvaten dichtgedrukt worden.

Hoe kun je het herkennen?

Vooral de spieren van onderarm en onderbeen zijn gevoelig voor een spiercompartimentsyndroom.
Bij een acuut syndroom is een ongeval meestal de oorzaak. Typisch is de aanwezigheid van de 5 P’s, dus:
- spontane pijn in onderarm of onderbeen,
- pijn bij rekken van de aangetaste spier,
- parese (verminderde kracht),
- paresthesieën (tintelingen, gevoel dat er elektrische stroom door het lidmaat loopt),
- afwezigheid van polsslag aan de onderarm of de voetrug.
Plaatselijk kan de spiergroep hard en gezwollen aanvoelen. Soms is er ook verkleuring. Het probleem is dat deze klachten vaak niet allemaal tegelijkertijd voorkomen. Soms is pijn de enige klacht. Dan is het zeer moeilijk om de aandoening te herkennen. Bovendien vallen deze symptomen na een ongeval of ingreep doorgaans niet meteen op, omdat er meestal ook andere belangrijke letsels zijn.
Bij een chronisch syndroom is de voornaamste klacht ook pijn, vooral tijdens het sporten, die in rust verdwijnt. De spier kan wel nog een tijdje gevoelig blijven als je erop duwt. Door de krachtvermindering of het afklemmen van de zenuwen kan tijdens het sporten een dropvoet ontstaan. Hierbij rolt de voet niet meer normaal af en komt hij telkens met een klapje op de grond.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

De diagnose is vaak zeer moeilijk. Je arts zal vooral alert moeten zijn en aan spiercompartimentsyndroom denken bij ernstige kwetsuren van onderarm of onderbeen.
Bij een acuut logesyndroom moet de diagnose snel (binnen enkele uren) worden gesteld. Bloedtests brengen zelden klaarheid, omdat er door het ongeval, de ingreep of het intensieve sporten altijd al spierschade is die afwijkingen geeft in het bloedbeeld. Ook radiologische onderzoeken zijn zinloos. De arts moet het beeld herkennen op basis van de klachten (als die er zijn) en van de ziektetekenen.
Bij een chronisch spiercompartimentsyndroom kan de arts je doorverwijzen naar een specialist om de druk in het getroffen compartiment te meten.

Wat kun je zelf doen?

Bij een chronisch spiercompartimentsyndroom moet je tijdelijk je sporttrainingen beperken. De basis van de behandeling is de spieren laten rusten en minder belasten. Dit betekent niet noodzakelijk dat je volledig met sporten moet stoppen. Je kunt bvb. tijdelijk stoppen met lopen, maar wel nog wandelen, zwemmen of fietsen.
Soms krijg je ontstekingsremmers voorgeschreven, maar omdat het probleem eerder inklemming is dan ontsteking, zijn ze vaak nutteloos. Hetzelfde geldt voor pijnstillers.
Blijven de klachten maanden aanslepen, dan zul je moeten stoppen met de sportactiviteiten die de klachten geven, of een heelkundige behandeling ondergaan.

Wat kan je arts doen?

De behandeling bestaat uit een ingreep waarbij het omhulsel rond de getroffen spieren overlangs wordt ingesneden. Bij een acuut syndroom laat men de insnede open, en wordt die pas later terug dichtgenaaid, soms zelfs met een huidtransplant. Deze ingreep gebeurt zo snel mogelijk (binnen enkele uren) om de spieren te redden. Bij een chronisch syndroom herstelt de arts de operatiewonde meteen. Nadien volgt nog een revalidatieperiode met geleidelijk hervatten van de sportactiviteiten.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.mcharts.be
www.uzleuven.be

Gerelateerde richtlijnen


Verschenen op 22/06/2015

Bedankt voor je feedback!

Ook interessant

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief