gezondheid en wetenschap

Aorta-aneurysma en aortadissectie

Wat is het?

De aorta is de hoofdslagader van ons lichaam. Hij takt rechtstreeks af uit de linkerhartkamer. Tussen de slagader en de aorta zit een klep, de aortaklep. Naargelang zijn verloop wordt de naam aangepast: eerst loopt hij omhoog (de opstijgende aorta), dan in een boog (de aortaboog) en ten slotte naar beneden (de dalende aorta). Het laatste stuk wordt ingedeeld in een stuk dat door de borstkas loopt (de thoracale aorta) en een stuk dat zich in de buikholte bevindt (de abdominale aorta).
Bij iedere hartslag wordt het bloed onder hoge druk in de aorta gepompt en via die weg verdeeld over het lichaam. De aorta is, zoals alle slagaders, opgebouwd uit 3 lagen: een binnenlaag, een gespierde middenlaag en een buitenlaag.
Een aneurysma is een uitstulping op de slagader; een aorta-aneurysma is dus een uitstulping op de aorta. De aortawand zet uit door de druk van de bloedstroom op een verzwakte middenlaag. Wanneer de diameter van de uitstulping het dubbele (of meer) bedraagt van de normale diameter van de aorta, spreken we van een aneurysma. Risicofactoren zijn ouderdom, roken, hoge bloeddruk, aderverkalking, letsels van de aortaklep en sommige erfelijke aandoeningen. Hoe groter de uitzetting, hoe dunner de vaatwand. Het risico bestaat dan dat hij scheurt (ruptuur) en er een levensbedreigende bloeding ontstaat.
Een aortadissectie betekent dat de binnen- en de buitenwand van de aorta van elkaar loskomen. De oorzaak is een klein scheurtje in de binnenwand. Daardoor kan er bloed doorsijpelen in de vaatwand, en komen de verschillende lagen van de wand van elkaar los. De kans op klontervorming is groot. We onderscheiden 2 soorten dissectie: type A zit op het opstijgende deel en op de aortaboog, type B op het dalende deel. Dit onderscheid is belangrijk, omdat bij type A de kroonslagaders (de slagaders die het hart van bloed voorzien) in de dissectie betrokken kunnen zijn.

Hoe vaak komt het voor?

Een aneurysma van de opstijgende aorta, de boog en thoracale aorta komt voor bij 5,9 personen per 100 000 per jaar, en treft twee- tot viermaal meer mannen dan vrouwen. Een aneurysma van de abdominale aorta komt voor bij 14% van de mannen en 4% van de vrouwen in de leeftijdscategorie 65 tot 74 jaar. Dissectie is zeldzamer: 2 tot 3 per 100 000 personen per jaar.

Hoe kun je het herkennen?

Een aneurysma veroorzaakt doorgaans geen klachten. In geval van een thoracaal aneurysma heb je soms ongemakken en pijn op de borst. Een abdominaal aneurysma geeft pijn in de buik. Een plotse ruptuur veroorzaakt een scherpe pijn, die kan uitstralen naar de flank, lies, teelballen en bovenbenen. Soms is er neiging tot flauwvallen. Een grote ruptuur geeft een belangrijke bloeding, die zelfs op zeer korte tijd fataal kan zijn.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

Vaak zijn er geen klachten en stelt men een aneurysma toevallig vast. Bij elke pijn op de borst wordt een hartfilmpje (ECG) gemaakt. Een aneurysma en/of een dissectie geeft echter hierop geen afwijkingen. Het is de combinatie van klachten die aan een hartaanval doen denken en een normaal ECG die de juiste diagnose doen vermoeden. Een groot abdominaal aneurysma kun je voelen als een kloppende bol in de buik. Bij twijfel verwijst je arts je door voor een Rx, een echografie of een scan.

Wat kun je zelf doen?

Eerst en vooral moeten de ziekten die een aneurysma kunnen uitlokken goed worden behandeld. Bij hoge bloeddruk en diabetes is een goede controle essentieel. Je bloeddruk en je bloedsuiker thuis meten is dus zeer belangrijk. Noteer zorgvuldig de gemeten waarden, en neem die mee op controle bij je arts. Beperk de zoutinname en zorg voor een gezond gewicht.

Wat kan je arts doen?

Stelt je arts een aneurysma vast, dan hangt zijn aanpak af van de diameter. Tot 5,5 cm zal hij eerder een afwachtende houding aannemen en controleert hij de afmetingen met een echografie: tot 3,5 cm gebeurt dit om de 24 maanden, tussen 3,5 en 4,5 cm om de 12 maanden, en boven de 4,5 cm om de 6 maanden. Hij zal uiteraard rekening houden met de snelheid waarmee de diameter toeneemt. Vanaf 5,5 cm of indien de diameter met meer dan 1 cm per jaar toeneemt, wordt een chirurgische correctie overwogen. Het risico op ruptuur neemt immers toe met de diameter.
Er zijn twee soorten ingrepen:
- bij een aneurysma van de opstijgende tak van de aorta en van de aortaboog kan via een openhartprocedure een vaatprothese worden ingeplant. Zo nodig wordt tijdens dezelfde operatie ook de aortaklep vervangen, de inplanting van de kroonslagaders gecorrigeerd en worden er overbruggingen gemaakt;
- bij een aneurysma van de dalende tak is plaatsing van een stent langs de lies vaak mogelijk.
Bij een dissectie van het type A gebeurt steeds een chirurgische correctie. Bij type B is de houding eerder afwachtend, waarbij de bloeddruk streng wordt gecontroleerd. Chirurgie wordt pas overwogen wanneer de bloedophoping in de vaatwand de bloeddoorstroming hindert, er samen met de dissectie een groot aneurysma aanwezig is of wanneer ondanks behandeling de bloeddruk en de pijn niet onder controle zijn.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
http://www.uzgent.be/nl/home/Lists/PDFs%20patienteninformatiefolders/PIB_Aorta-aneurysma_Maart2014.pdf


Verschenen op 20/09/2015

Bedankt voor je feedback!

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief