In het nieuws
De Morgen schrijft dat vegetariërs ‘tot 31 procent minder kans’ hebben op 5 soorten kanker. Het artikel verwijst naar een grote studie met gegevens van 1,8 miljoen mensen die gemiddeld 16 jaar gevolgd werden.
Conclusie
Deze studie toont niet aan dat vegetariërs minder kanker krijgen. De onderzoekers vinden wel lagere relatieve risico’s voor 5 kankers. Maar die verschillen zijn in de praktijk heel klein in absolute aantallen, waardoor ze betekenis verliezen. De opvallende ‘31% minder risico’ slaat enkel op multipel myeloom, een eerder zeldzame kanker van het beenmerg, en komt neer op hoogstens een paar gevallen verschil per 1.000 mensen over vele jaren. Het risico op kanker hangt niet alleen af van wat je eet. Het heeft ook te maken met andere gewoontes en met je erfelijk materiaal.
Lees verder »Waar komt dit nieuws vandaan?
Het artikel uit De Morgen van 27 februari is gebaseerd op een nieuwe studie (1). Daarin bundelden onderzoekers gegevens uit 9 grote bevolkingsstudies in het Verenigd Koninkrijk, de VS, Taiwan en India. Ze vergeleken het kankerrisico tussen verschillende eetpatronen:
- vleeseters (alle soorten);
- mensen die geen rood of bewerkt vlees eten, maar wel kip/gevogelte;
- mensen die geen vlees eten maar wel vis;
- vegetariërs;
- veganisten.
Bron
Hoe moet je dit nieuws interpreteren?
Wat zegt de studie?
Vergeleken met vleeseters, zagen de onderzoekers bij vegetariërs een lager relatief risico op vijf kankers:
- alvleesklier- of pancreaskanker (21% lager),
- borstkanker (9% lager),
- prostaatkanker (12% lager),
- nierkanker (28% lager),
- multipel myeloom (31% lager) (2).
‘Tot 31% lager’ slaat dus enkel op multipel myeloom, een vrij zeldzame kanker van het beenmerg.
Maar dezelfde studie vond ook resultaten in de andere richting. Zo was er bij vegetariërs een hoger risico op een zeldzame vorm van slokdarmkanker (plaveiselcelcarcinoom). En bij veganisten een hoger risico op darmkanker. Dat lijkt verrassend, omdat veel vlees eten een risicofactor is voor darmkanker. Maar in deze studie was het aantal veganisten zo laag, dat je geen goede conclusies kan trekken.
Wat betekent ‘31% minder risico’ echt?
Die 31% is een relatief cijfer. Relatieve verschillen klinken groot, maar zonder absolute aantallen weet je niet of het in de praktijk om veel of weinig extra gevallen gaat. Multipel myeloom is gelukkig vrij zeldzaam. In de hele studie samen (ongeveer 1,8 miljoen deelnemers die gemiddeld 16 jaar werden opgevolgd) waren er in totaal 4.658 gevallen. Per groep zagen de onderzoekers:
- bij vleeseters: 4.348 gevallen op 1.645.555 mensen;
- bij geen rood/bewerkt vlees, wel gevogelte (bijvoorbeeld kip): 148 gevallen op 57.016 mensen;
- bij geen vlees, wel vis: 88 gevallen op 42.910 mensen;
- bij vegetariërs: 64 gevallen op 63.147 mensen;
- bij veganisten: 10 gevallen op 8.849 mensen.
Dat grote verschil komt vooral doordat er véél meer vleeseters waren: ongeveer 26 keer zoveel als vegetariërs en 186 keer zoveel als veganisten. Je kan de ruwe aantallen dus niet een-op-een vergelijken zonder die groepsgroottes mee te nemen. Omgerekend kom je ongeveer uit op:
- bij vleeseters: ongeveer 2 à 3 gevallen per 1.000 mensen;
- bij vegetariërs: ongeveer 1 geval per 1.000 mensen.
Dan wordt ‘31% lager relatief risico’ iets als: ongeveer 1 à 2 gevallen verschil per 1.000 mensen, over vele jaren. Dat kan relevant zijn, maar het is iets anders dan de boodschap ‘31% minder kans op kanker’.
Ook bij de andere kankers gaat het om relatieve verschillen die in absolute aantallen vaak kleiner zijn dan het klinkt.
Veel beperkingen en nuances
Geen bewijs van oorzaak-gevolg
Dit is een observatiestudie. Liggen de gevonden verschillen aan het eetpatroon of aan andere factoren? Dat weten we niet zeker. Vegetariërs hebben gemiddeld een lager gewicht, en dat kan de kans op kanker ook verlagen.
Veel zaken vergelijken = grotere kans op ‘toevalstreffers’
De studie keek naar 17 kankersoorten en meerdere voedingspatronen. Hoe meer je vergelijkt, hoe groter de kans op toevalstreffers. De auteurs deden daarom wel extra checks, maar die kunnen niet alle beïnvloedende factoren uitvlakken.
Voedingspatronen beoordelen is nooit vrij van fouten
Voedingspatronen werden gemeten met vragenlijsten en dat is nooit helemaal correct. Mensen veranderen wel eens van dieet of geven antwoorden die niet helemaal kloppen.
Ook waren ‘vleeseters’ hier een brede groep: iedereen die rood en/of bewerkt vlees at, zelfs als dat maar af en toe was. Er zijn mensen met een gezond eetpatroon die af en toe een stukje vlees eten, maar er zijn ook mensen die veel en vooral bewerkt vlees eten. Dat onderscheid werd niet gemaakt.
Wat leren we uit deze studie?
Deze studie toont niet aan dat vegetariërs 31% minder risico lopen op kanker. De gevonden verschillen kunnen net zo goed te maken hebben met andere gewoontes. Voedingsonderzoek is zeer complex.
Wat kan je doen om je risico op kanker te verlagen?
- Mik op een evenwichtig voedingspatroon (met veel groente en fruit, volkoren granen, peulvruchten, noten, enzovoort).
- Werk aan een gezonde levensstijl op alle vlakken (niet roken, bewegen, gezond gewicht).
- Eet je veganistisch? Let dan op tekorten (bijvoorbeeld vitamine B12).
Conclusie
Deze studie toont niet aan dat vegetariërs minder kanker krijgen. De onderzoekers vinden wel lagere relatieve risico’s voor 5 kankers. Maar die verschillen zijn in de praktijk heel klein in absolute aantallen, waardoor ze betekenis verliezen. De opvallende ‘31% minder risico’ slaat enkel op multipel myeloom, een eerder zeldzame kanker van het beenmerg, en komt neer op hoogstens een paar gevallen verschil per 1.000 mensen over vele jaren. Het risico op kanker hangt niet alleen af van wat je eet. Het heeft ook te maken met andere gewoontes en met je erfelijk materiaal.