gezondheid en wetenschap

Behandeling van urineweginfecties

Wat is het?

De urinewegen bestaan uit de plasbuis, de blaas, de urineleider en de nieren. Een urineweginfectie wordt veroorzaakt door een bacterie, die zich meestal via de plasbuis in de blaas nestelt. In dat geval heb je een blaasontsteking. Soms kan de infectie ook langs de urineleider opstijgen naar de nier. Dan heb je een nierbekkenontsteking.
Meestal is de ziekteverwekker één enkele bacteriesoort (E. colibacterie), behalve bij oudere en verzwakte mensen, bij wie een brede waaier van bacteriën kan voorkomen.
Bepaalde risicofactoren verhogen de kans op een infectie: frequente seks, gebruik van een spermadodend middel, diabetes, aangeboren afwijkingen van de urinewegen, gebruik van een blaassonde of reeds een blaasontsteking hebben gehad in het voorbije jaar. Vrouwen in de menopauze lijken vatbaarder voor een urineweginfectie.
Veroorzaakt de besmetting geen klachten, dan verloopt ze asymptomatisch (dus zonder symptomen). Zijn er wel klachten, dat noemen we ze symptomatisch.

Hoe vaak komt het voor?

Urineweginfecties komen zeer vaak voor: 49% van de volwassenen zou ooit zo’n infectie doormaken. Vrouwen hebben er meer last van dan mannen. Van alle mensen met een blaassonde heeft 2 tot 6% een urineweginfectie. Dat aantal neemt met 5% toe per dag dat de sonde langer aanwezig blijft. Aanwezigheid van bacteriën in de urine zonder klachten komt voor bij 0,5% van de mannen, bij 1 tot 4% van de meisjes en bij 5 tot 10% van de vrouwen. In centra voor langdurige zorg komt het voor bij 30% van de mannen en bij 50% van de vrouwen.

Hoe kun je het herkennen?

Bij een asymptomatische urineweginfectie heb je geen klachten. Je weet dus niet dat je een infectie hebt.
Een blaasontsteking veroorzaakt volgende typische klachten: pijn bij het plassen, frequent plassen van kleine hoeveelheden, nachtelijk plassen, en soms bloed in de urine.
Bij een nierbekkenontsteking zijn de symptomen doorgaans veel ernstiger: hoge koorts, rillingen, pijn in de zij of de rug, misselijkheid, braken.
Bij ouderen kunnen de klachten zeer wisselend zijn, soms alleen koorts, gebrek aan eetlust, futloosheid en verwardheid.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de klachten. Verder onderzoek is niet nodig. Het kan wel nuttig zijn om een urinestaal naar het labo te sturen om de ziekteverwekker op te sporen. Er kan dan ook getest worden welk geneesmiddel het meest efficiënt is.
Bij zwangere vrouwen is het belangrijk om de asymptomatische aanwezigheid van bacteriën in de urine op te sporen omdat een opstijgende urineweginfectie kan leiden tot vroeggeboorte. Bij mannen gebeurt ook altijd een onderzoek van de prostaat.
Bij frequente infecties kan verder onderzoek gebeuren bij de uroloog. Zo kunnen een echografie van de nieren en een kijkonderzoek in de blaas helpen om andere oorzaken zoals nierstenen, gezwellen en aangeboren misvormingen van de nieren uit te sluiten.

Wat kun je zelf doen?

Veel drinken helpt niet om een urineweginfectie te genezen. Het zal je integendeel eerder veel last berokkenen, aangezien plassen pijnlijk is, en veel drinken je meer doet plassen.
Heb je er regelmatig last van, dan kun je proberen het aantal opstoten te verminderen door veenbessensap te drinken.
Zwangere vrouwen krijgen het advies om maandelijks hun urine te laten controleren om tijdig asymptomatische infecties op het spoor te komen. Er gebeurt overigens een urineonderzoek bij elke oudere die plots zonder zichtbare reden verward is en achteruitgaat.
Je kunt de pijn bestrijden met paracetamol. Als je sterkere pijnstillers nodig hebt, ga je best even langs bij de dokter.

Wat kan de arts doen?

De behandeling bestaat uit een antibioticakuur. De duur ervan hangt af van de ernst van de infectie.
Uit onderzoek blijkt dat vele antibiotica evenwaardig zijn in de behandeling van urineweginfecties. Het probleem is echter dat steeds meer bacteriën ongevoelig (resistent) worden aan antibiotica. Daarom gebruikt de arts meestal dezelfde soorten antibiotica, en houdt hij de andere in reserve om ernstige infecties of infecties met resistente bacteriën te behandelen.
Bij een gewone blaasontsteking volstaat een behandeling van 1 tot 3 dagen. Het kan dan nog wel even duren tot alle klachten verdwenen zijn. Bij nierinfecties is een kuur van 10 tot 14 dagen nodig.
Bij vrouwen in de menopauze kan het gebruik van een vaginale hormonencrème het aantal infecties doen dalen.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.clinicalevidence.bmj.com (patient information – Kidney infection)


Verschenen op 31/07/2015

Bedankt voor je feedback!

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief