gezondheid en wetenschap

Hormonale substitutietherapie (HST) na de menopauze

Wat is het?

Hormonale substitutietherapie (HST) is een hormoonbehandeling die kan worden gestart wanneer een vrouw in de menopauze of overgang aangeeft klachten te hebben als opvliegers, zweten, slecht slapen, vaginale droogte en pijn bij het vrijen. De eierstokken in de overgang produceren steeds minder vrouwelijke hormonen (oestradiol, een type oestrogeen), waardoor de maandstonden stoppen en ook andere veranderingen in het lichaam plaatsvinden die aanleiding geven tot klachten. Algemene klachten zoals vermoeidheid, depressieve stemming, spier- en gewrichtspijnen worden soms toegeschreven aan de menopauze, maar dit verband is minder duidelijk. De verminderde productie van oestrogenen tijdens de menopauze heeft ook een belangrijke invloed op de botontkalking; het versnelt het proces van botverlies. Zoals de naam het zegt, substitueert of vervangt de therapie de hormonen die voor de overgang in grotere hoeveelheden aanwezig waren.

Wanneer kan je arts deze behandeling overwegen?

Rond de leeftijd van 51 jaar zit de helft van de vrouwen in de menopauze. Van hen ondervindt een deel overgangsklachten die gewoonlijk optreden tussen 45 en 65 jaar. De belangrijkste reden om bij deze vrouwen hormonale substitutietherapie op te starten, is het behandelen van de ongemakken van de menopauze die het dagelijkse functioneren hinderen. In sommige gevallen kan deze behandeling overwogen worden om osteoporose (of botontkalking) te voorkomen.
Bijkomende voordelen van hormonale substitutietherapie zijn onder andere een beschermend effect tegen hartproblemen (maar hierover is discussie), een gunstig effect op stemmingsstoornissen en daling van het risico op diabetes type 2. Dit mogen echter geen redenen zijn om de behandeling op te starten.
Er wordt best geen hormonale substitutietherapie opgestart:
- bij vrouwen met borstkanker of een borstkankerverleden (er zijn aanwijzingen dat HST het risico op herval verhoogt);
- bij vrouwen met een ernstige hart- of leverziekte;
- in geval van hoge bloeddruk die onvoldoende reageert op medicijnen.
De arts zal tevens terughoudend zijn om deze therapie op te starten bij vrouwen met:
- kanker van het baarmoederslijmvlies;
- bloedstollingsproblemen (bvb. In geval je een diepveneuze trombose of longembolie hebt doorgemaakt of een verhoogd risico hebt op stollingsstoornissen);
- vaginale bloedingen zonder gekende oorzaak.
Hij zal echter per patiënt afwegen of de voordelen van de therapie voor de patiënte opwegen tegen de nadelen en mogelijke risico’s ervan. Sowieso ligt de uiteindelijke beslissing om de behandeling te starten bij de vrouw zelf, nadat ze op de hoogte is gebracht over de mogelijke voor- en nadelen van HST.
Naast de voordelen zijn er een aantal risico’s verbonden aan het (langdurige) gebruik van HST:
- In sommige studies zag men een verhoogd risico op het krijgen van hart- en vaatziekten omdat oestrogenen, alleen of in gecombineerde therapie, de kans verhogen op klontervorming in de aders (embolie of trombose). Daarom houd je best altijd rekening met je aanleg of andere risicofactoren om klonters te ontwikkelen.
- De hormonale werking van HST doet het risico op borstkanker lichtjes stijgen.
- HST verhoogt het risico op galstenen en galblaasontsteking.
- Er is bovendien een lichte toename van de kans om bij langdurig gebruik (langer dan 10 jaar) eierstokkanker te krijgen.

Wat kan je arts doen?

In elk geval zal je arts eerst een gynaecologisch onderzoek en een borstonderzoek doen. Hij zal ook een uitstrijkje nemen en je eventueel doorverwijzen voor een mammografie. Hij zal je daarnaast grondig bevragen om uit te maken of je voor de behandeling in aanmerking komt. Hier horen ook vragen bij over het familiaal voorkomen van bepaalde aandoeningen.
Bij een vrouw jonger dan 45 jaar zal hij bovendien een andere menstruatiestoornis dan de menopauze trachten uit te sluiten. Hiervoor kan hij een bloedname doen, waarbij een aantal hormonen bepaald worden (serumprolactine, thyroïdstimulerend hormoon of TSH, follikelstimulerend hormoon of FSH). De resultaten helpen de arts om meer te weten te komen over je hormonale balans en of je al dan niet in de overgang zit.

Wordt er beslist om HST op te starten, dan zal men dit proberen te beperken tot de laagst mogelijke dosis en tot een korte periode (3 tot 6 maanden). Afhankelijk van de klachten en van de vrouw kan HST worden opgestart met oestrogenen alleen of in combinatie met progestagenen.
HST met oestrogeen alleen wordt (tenzij lokaal) enkel gebruikt bij vrouwen die geen baarmoeder meer hebben. Estradiol is het meest gebruikte oestrogeen en wordt in verschillende vormen voorgeschreven. Zo is een pleister vaak een betere keuze voor vrouwen met migraine, diabetes, epilepsie of een verhoogd risico op klontervorming. Voor vrouwen die last hebben van vaginale droogte of pijn bij het vrijen, is een lokale behandeling met oestrogeencrème of een vaginale ring de beste keuze. Deze lokale behandeling moet niet gecombineerd worden met een progestageen.
Progestagenen zoals progesteron en dydrogesteron en norethisteron hebben een verschillend profiel en effect op borst- of baarmoederweefsel. Ze worden dus gekozen in functie van de klachten en nevenwerkingen. Ook progestagenen zijn beschikbaar in pilvorm, pleistervorm of spiraaltje.
Om vaginaal bloedverlies te vermijden, kan men opteren voor:
- een gecombineerde behandeling (oestrogeen + progestageen). Beide preparaten worden dan dagelijks ingenomen. Maar dit past men doorgaans maar toe vanaf 1 jaar na de menopauze; tijdens het eerste jaar van de menopauze gaat de voorkeur naar een cyclisch gecombineerd preparaat (dit wil zeggen dat het oestrogeen continu wordt gegeven terwijl het progestageen telkens enkel in de eerste 12 à 14 dagen van de kalendermaand wordt toegevoegd).
- tibolon (maar opnieuw pas vanaf 1 jaar na de menopauze): dit is een stof met hormonale eigenschappen van zowel oestrogenen als progestagenen.

Ook niet-hormonale behandelingen zijn mogelijk:
- voor vrouwen die last hebben van opvliegers en geen oestrogenen mogen nemen, kan een SSRI (wordt als antidepressivum gebruikt) zoals venlafaxine, paroxetine, citalopram,… worden overwogen.
- voor vrouwen die reeds tamoxifen krijgen, kan clonidine (een bloeddrukverlagend middel) zinvol zijn.

Hoe volgt je arts deze behandeling op?

Je arts zal je vragen om binnen het jaar na de opstart van de HST op consultatie te komen. Dan zal voornamelijk nagegaan worden of de klachten zijn verbeterd, of er bijwerkingen zijn en of de dosis eventueel kan verlaagd worden. Hij zal opnieuw een gynaecologisch en borstonderzoek doen en je bloeddruk nemen.
Het heeft geen zin om via een bloedname de oestrogeenniveaus in het bloed te laten bepalen.
Je arts zal in elk geval trachten na 6 maanden om de therapie te stoppen omwille van de duidelijke risico’s van de behandeling op lange termijn.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be
www.bcfi.be
http://www.fk.cvz.nl
https://www.nhg.org/patientenbrieven-de-overgang is een handige website met uitleg omtrent de menopauze en hormonale behandeling tijdens de menopauze.


Verschenen op 07/03/2014

Bedankt voor je feedback!

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief