gezondheid en wetenschap

Osteoporose

Wat is het?

Een ander woord voor osteoporose is botontkalking. De botten worden minder sterk doordat de hoeveelheid bot (dichtheid) en de kwaliteit ervan afneemt. Een tekort aan calcium en vitamine D speelt daarin een beslissende rol: het calciumtekort tast direct het bot aan, terwijl het tekort aan vitamine D (dat de absorptie van calcium vanuit de darm bevordert) de toestand nog verergert. Deze tekorten veroorzaken dan botbreuken, in het bijzonder ter hoogte van de heup, de pols en de wervels, vooral bij 65-plussers.
Sommige mensen lopen meer risico om osteoporose te krijgen door bepaalde ziekten (bvb. schildklierziekten) of door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (bvb. cortisone). De aandoening komt vaker voor bij vrouwen, omwille van de hormonale veranderingen tijdens de menopauze of de overgang. Ook onvoldoende lichaamsbeweging, te weinig calcium in de voeding, te weinig zonlicht en roken dragen bij tot het ontwikkelen van osteoporose.

Hoe vaak komt het voor?

Osteoporose komt voor bij ongeveer 3% van de mannen en 19% van de vrouwen boven de 65 jaar. Elk jaar loopt 2% van de vrouwen tussen de 85 en 89 jaar en 2,5 % van de vrouwen boven de 90 jaar een gebroken heup op. Bij mannen zien we dezelfde trend, maar dan met een vertraging van 6 à 7 jaar.

Hoe kun je het herkennen?

Osteoporose geeft op zich geen klachten. Daarom blijft deze aandoening vaak onopgemerkt, totdat het bot zo verzwakt is en er zich een botbreuk voordoet.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

Vroege diagnose van osteoporose, dus voordat een breuk is opgetreden, is alleen mogelijk via een meting van de botdichtheid. Heb je dus een verhoogd risico om osteoporose te krijgen, dan zal je arts een botdichtheidsmeting (of botdensitometrie) aanvragen, de zogenaamde DXA-meting. Hierbij wordt met behulp van röntgenstralen de hoeveelheid kalk in je bot gemeten. De dosis is veel kleiner dan bij een gewone röntgenfoto.
Op dit ogenblik zijn er geen labotests beschikbaar om de diagnose van osteoporose te stellen. Er bestaan wel labotests waarmee de onderliggende oorzaak (bvb. een schildklierziekte) kan worden achterhaald.

Wat kun je zelf doen?

Als je gezond eet, dagelijks extra beweegt en veel buiten bent, blijven je botten sterk.

Calcium
Voldoende calcium in de voeding is cruciaal: eerst tijdens de kinderjaren voor de opbouw van de maximale botsterkte, nadien voor het in stand houden van de botmassa en later voor het zoveel mogelijk beperken van het verlies aan botmassa. Voldoende aanbreng van calcium blijft een leven lang noodzakelijk.
Zuivelproducten zijn goede bronnen van calcium. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is 800 mg calcium voor iedereen die ouder is dan 21 jaar. Tijdens de ontwikkeling, zwangerschap en borstvoeding wordt een dosis van 900 mg calcium per dag aanbevolen. Dat zijn ongeveer 4 zuivelproducten per dag. Even vergelijken: 1 glas melk (150 ml) bevat ongeveer 180 mg calcium, evenveel als een potje yoghurt van 125 g, 1,5 sneetjes kaas, 20-30 g harde kaas, 1 portie platte kaas (100 g), 1 glas karnemelk, 1 glas drinkyoghurt, 1 glas calciumverrijkte sojadrank, 1 potje calciumverrijkte sojayoghurt. Aangezien we over het algemeen te veel vet en suiker opnemen via de voeding, moet onze voorkeur uitgaan naar magere of halfvolle producten (behalve voor kinderen onder 6 jaar, die zuivel op basis van volle melk moeten consumeren) en naar producten met minder toegevoegde suikers. Magere melk en zuivelproducten op basis van magere melk bevatten evenveel calcium als volle melk en producten op basis van volle melk, maar de hoeveelheid vetten die ze bevatten is veel lager.
Brood, sardienen, groenten in het algemeen (broccoli, spruitjes, bloemkool, andijvie, groene kool, savooikool, chinese kool, koolraap en postelein) en peulvruchten in het bijzonder bevatten ook veel calcium. Ook noten (amandelen, hazelnoten, pistachenoten) en abrikozen zijn uitstekende calciumbronnen, net als bepaalde soorten bron- of mineraalwater (meer dan 150 mg calcium/liter) en kalkrijk leidingwater (“hard” water). Ten slotte zijn plantaardige voedingsmiddelen ook heel goed om calcium aan te leveren als ze in voldoende mate worden ingenomen.

Vitamine D
De belangrijkste bronnen van vitamine D zijn zonlicht, vis en zuivelproducten verrijkt met vitamine D. Tot de leeftijd van 60 jaar wordt 300 IE (internationale eenheden, afgekort IE) vitamine D aanbevolen. Voor zwangeren, vrouwen die borstvoeding geven en 60-plussers wordt 400 IE vitamine D aanbevolen.
Zonlicht is de belangrijkste stimulerende factor voor de productie van vitamine D. Die wordt immers in de huid aangemaakt onder invloed van ultraviolette straling (UV). In de meeste gevallen is een dagelijkse blootstelling aan zonlicht van 15 minuten met onbedekte handen en gelaat voldoende om de voorraad vitamine D in het lichaam op peil te houden. Nochtans lopen, om uiteenlopende redenen, bepaalde bevolkingsgroepen een verhoogd risico op een tekort aan vitamine D. Vooral een ‘oudere’ huid is minder in staat om vitamine D aan te maken.
Volstaat blootstelling aan zonlicht niet, dan wordt een gepaste aanbreng via de voeding bijzonder belangrijk. Vitamine D is een vetoplosbare vitamine en komt in verschillende hoeveelheden voor in vetrijke voedingsmiddelen van dierlijke herkomst (vis, vlees, lever, soms in kaas en volle melk). De hoogste hoeveelheden worden gevonden in vettere vissoorten (bvb. sardienen, haring, zalm, makreel). In ons land, waar zonlicht soms zeldzaam is, is minstens één keer per week vette vis op het menu ook een belangrijke bron van vitamine D.
Plantaardige voedingsmiddelen kunnen verrijkt zijn met vitamine D, zoals dat wettelijk ook voorzien is bij plantaardige minarines en margarines met vitamine D.
Vitamine D moet in het lichaam eerst in de lever en dan in de nieren een reactie ondergaan vooraleer ze volledig actief wordt. Een goede lever- en nierfunctie is dus noodzakelijk.

Lichaamsbeweging
Lichaamsbeweging is een doeltreffende maatregel om osteoporose te voorkomen. Beweging zorgt voor de opslag van calcium in de botten. Te weinig bewegen leidt tot een daling van de opname van calcium.
Voldoende dagelijkse beweging in de kinderjaren stimuleert de opbouw van het bot en is ook bepalend voor de maximale botmassa. Immers, het lichaam tracht de structuur en massa van het bot aan te passen aan de eisen die aan het skelet worden gesteld.
Fysieke activiteit zorgt bovendien ook voor een verbeterde soepelheid en bewegingscoördinatie en een grotere spierkracht, waardoor de kans op vallen vermindert. Een halfuur wandelen of drie keer per week een andere inspanning die het skelet belast (zoals fietsen, zwemmen, joggen, aerobics) zijn zeer geschikt. Bedrust (immobilisatie) leidt tot versneld verlies aan mineralen in het bot.
De aanbeveling is voor volwassenen per dag minstens 30 minuten aan lichaamsbeweging (van matige intensiteit) te doen, en voor kinderen minstens 1 uur.

Rookstop
Stop met roken. Want naast alle andere negatieve effecten bevordert roken ook de botontkalking.

Wat kan je arts doen?

Ter preventie van osteoporose zal de arts alle 60-plussers aanraden om tijdens het donkere seizoen van het jaar vitamine D-supplementen te nemen. Personen die weinig buiten komen, zouden dit het hele jaar moeten nemen. Vitamine D vermindert ook valpartijen bij ouderen omdat het de spierfitheid verbetert.
Patiënten die langdurig corticosteroïden nemen, krijgen ook het advies om calcium en vitamine D-supplementen te nemen. Dit samen met voldoende bewegen en stoppen met roken voor alle leeftijden.
Naast deze basisbehandeling wordt medicatie voor osteoporose gestart als de patiënt een osteoporotische breuk heeft opgelopen. Er zijn hormonale en niet-hormonale therapieën. Je arts weegt af wat voor jou het beste is.

Bronnen

www.ebmpracticenet.be

Gerelateerde richtlijnen

verschenen op 21/08/2017

Bedankt voor je feedback!

Ook interessant

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in om onze nieuwsbrief te ontvangen.

icoontje van envelop bij invulvelden voor nieuwsbrief