26 aug
2014

Bevatten autistische hersenen te veel verbindingen?

foto bij artikel Bevatten autistische hersenen te veel verbindingen?

Nieuws onder de loep

Amerikaanse onderzoekers hebben nieuwe aanwijzingen gevonden dat de hersenen van mensen met autisme er onvoldoende in slagen tijdens hun ontwikkeling te snoeien in het aantal synapsen. Door te snoeien in de overbodige verbindingen bij muizen konden ze bepaalde typische symptomen van autisme terugdringen.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Hersencellen communiceren met elkaar door middel van synapsen: uitsteeksels die interne signalen, onder de vorm van boodschapperstoffen, aan elkaar doorgeven. Vlak na de geboorte zijn er zeer veel synapsen. Naarmate het brein zich verder ontwikkelt, wordt daarin gesnoeid, waardoor bepaalde regio’s bepaalde functies beter kunnen ontwikkelen en geen overvloed aan prikkels binnenkrijgen. Uit postmortem onderzoek blijkt dat de hersenen van mensen met autisme spectrum stoornis (ASS) meer synapsen behouden in hun brein: de hersencellen hebben meer uitsteeksels (‘dendritische spindels’) in vergelijking met mensen zonder ASS (1). Uit verder onderzoek blijkt ook dat bij mensen met ASS meer van de boodschapperstof mTOR circuleert en dat oude hersencellen minder efficiënt worden opgeruimd. In vergelijking met kinderen hebben ‘normale’ adolescenten, zonder ASS, 45% minder uitsteekseltjes in de hersencellen. In geval van ASS hebben de adolescenten slechts 16% minder uitsteekseltjes. Het opruimen van deze uitsteekseltjes bij het opgroeien blijkt in geval van ASS mank te lopen.

Bij genetisch gemanipuleerde muizen met verhoogde concentraties mTOR vertonen de proefdieren autistisch gedrag. De werking van mTOR kan onderdrukt worden met het geneesmiddel rapamycine dat gebruikt wordt om afstoting van een donornier na orgaantransplantatie tegen te gaan. De muisjes worden vervolgens socialer.

Bron

Tang G, Gudsnuk K, Kuo S, et al. Loss of mTOR-Dependent Macroautophagy Causes Autistic-like Synaptic Pruning Deficits. Neuron. Published online August 21 2014

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Het gaat om een degelijk uitgevoerd onderzoek waarbij postmortem bevindingen en bevindingen bij jongeren met en zonder ASS, werden gecheckt in dierexperimenten met genetisch gemanipuleerde muizen. De concentratie aan de boodschapperstof mTOR vermindert tussen kindertijd en adolescentie, maar in veel mindere mate in geval van ASS.

Ondedrukking van de boodschapperstof mTOR blijkt die synapsen te beïnvloeden, waardoor autistisch gedrag bij proefdieren vermindert. ‘Autistische muizen’ waarbij mTOR geïnhibeerd wordt met rapamycine gaan zich socialer gedragen. Omwille van de vele nevenwerkingen is dit middel echter onbruikbaar voor mensen met ASS.

Het onderzoek werpt wel nieuw licht op de onderliggende mechanismen in de hersenen die leiden tot autistisch gedrag: er lijkt iets mis met het aantal synapsen in het brein en ook de boodschapperstof mTOR is betrokken.

Conclusie

De studie toont aan dat bij mensen met ASS meer verbindingen bestaan tussen hersencellen. Bij proefdieren kunnen deze verbindingen beïnvloed worden met medicatie, maar die is niet geschikt voor mensen.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 26/08/2014 | Cebam