21 mei
2014

Moeten amateursporters gescreend worden?

foto bij artikel Moeten amateursporters gescreend worden?

Nieuws onder de loep

Met het plotse overlijden van een 28-jarige loper in de 20 km van Brussel rees in de media opnieuw de vraag naar de wenselijkheid van het invoeren van een verplichte screening voor amateursporters.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Zowel kranten als diverse TV stations berichtten zeer uitvoerig over dit dramatisch incident in de 35ste editie van de stadsloop 20km van Brussel. De meeste van de ondervraagde experten (én niet-experten) bleken voorstander van screening.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Een plotse dood bij een jonge sporter (iemand die minder dan 30 jaar oud is) is meestal het gevolg van een fatale ritmestoornis (‘hartstilstand’) die zich voordoet omdat de betrokkene een genetische afwijking aan het hart heeft. Vaak hebben deze mensen, die daar overigens niets van voelen, een afwijking op hun elektrocardiogram (EKG). Voorstanders van screening redeneren dat zij met behulp van een EKG kunnen opgespoord worden en dat een behandeling plotse dood kan voorkomen. Het valt voor sommige mensen moeilijk te begrijpen waarom niet onverwijld overgegaan wordt tot een verplichte sportkeuring bij alle sporters. Het probleem is dat het EKG een onbetrouwbare test is om plotse dood bij een sporter te voorspellen. De overgrote meerderheid van de mensen wiens EKG wijst op een mogelijke genetische afwijking hebben hiermee nooit een probleem. Anderzijds is de afwezigheid van zo’n afwijking geen garantie dat er geen problemen zullen optreden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat plotse dood ook bij professionele sporters voorkomt ofschoon zij zeer regelmatig diepgaand onderzocht worden.

Vorig jaar heeft de Hoge Gezondheidsraad een studie uitgevoerd over wat er wetenschappelijk gekend is over sportscreening bij jongeren.[i] De conclusie was dat er ‘onvoldoende wetenschappelijke bewijs is om een screening naar hartafwijkingen die voorbeschikken tot plotse dood verplicht op te leggen voor alle jonge sporters die recreatief of als amateur in competitieverband sport (willen) beoefenen’.

Terwijl voorstanders van screening hopen dat zij jaarlijks een aantal gevallen van plotse dood kunnen vermijden redeneren tegenstanders dat hiervoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat maar dat de nadelen van screening erg groot zijn. Het is niet denkbeeldig dat 1% van de gecreende jongeren finaal gediskwalificeerd wordt voor verdere competitieve sportbeoefening.[ii] Dit betekent dat indien er jaarlijks 500.000 'kerngezonde' jongeren onderzocht worden, er elk jaar 5000 sport ontzegd wordt. Vanaf dan gaan ze ook door het leven als hartpatiënt.

Conclusie

Het is momenteel niet geweten of screening van jonge amateursporters het risico op plotse dood vermindert. Over de mogelijke nadelen bestaat minder twijfel. Sportievelingen (en hun ouders) die zich willen laten screenen moeten vooraf over deze onzekerheden geïnformeerd worden.

Referenties

[i] http://www.health.belgium.be/internet2Prd/groups/public/@public/@shc/documents/ie2divers/19082326.pdf

[ii] Domenico Corrado, MD, PhD, Cristina Basso, MD, PhD, Maurizio
Schiavon, MD, Antonio Pelliccia, MD, Gaetano Thiene, MD Pre-participation
Screening of Young Competitive Athletes for Prevention of Sudden Cardiac Death.
J Am Coll Cardiol. 2008;52(24):1981-1989.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 21/05/2014 | Cebam | geschreven door Hans Van Brabandt