31 okt
2013

Brengt kinderarmoede de hersenen schade toe?

foto bij artikel Brengt kinderarmoede de hersenen schade toe?

Nieuws onder de loep

Wie in zijn kinderjaren te maken heeft gehad met de chronische stress van armoede, kan later problemen krijgen met het beheersen van zijn emoties. Maar liefhebbende ouders maken het verschil.

Waar komt dit nieuws vandaan?

Dit nieuws is gebaseerd op twee studies, waarvan we hier één (1) bespreken. De studie is een longitudinale observationele studie, dat wil zeggen dat de vorsers kinderen gedurende een bepaalde periode hebben opgevolgd zonder iets aan hun situatie te veranderen. In de studie onderzocht men de relatie tussen het familie-inkomen en de grootte van bepaalde hersendelen. Hierbij hebben ze specifiek gekeken naar de hoeveelheid witte en grijze stof, de grootte van de hippocampus (linker- en rechterdeel) en de amygdala (linker- en rechterdeel). De hippocampus speelt een rol bij het opslaan van nieuwe herinneringen die betrekking hebben op bepaalde feiten of gebeurtenissen. De amygdala is betrokken bij het vormen en opslaan van herinneringen aan emotionele gebeurtenissen.

De vorsers hebben ook gezocht naar tussenliggende factoren, waarvan bekend is dat ze samenhangen met armoede en een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen zoals steun van ouders, opleiding van ouders en het aantal stressvolle levensgebeurtenissen. 145 kinderen van 3 tot 6 jaar oud werden over een periode van 5 tot 10 jaar regelmatig opgevolgd. Jaarlijks werd het aantal stressvolle levensgebeurtenissen nagevraagd. Bij de tweede opvolging is de ouder-kind-interactie bepaald, waarbij zowel de positieve interactie (steun) als de negatieve interactie tussen ouders en hun kind werd gescoord. Op de gemiddelde leeftijd van 9 jaar werd een MRI scan gemaakt van de hersenen.

Uit de studie bleek armoede samen te hangen met minder witte en grijze stof in de hersenen, alsook met een kleine hippocampus en amygdala. De associatie tussen armoede en grootte van de hippocampus (zowel links als rechts) werd gemedieerd door steun van ouders en door het aantal stressvolle levensgebeurtenissen (alleen links).

Bron

(1) Luby J, Belden A, Botteron K, Marrus N, Harms MP, Babb C, Nishino T, Brach D. The effects of poverty on childhood brain development. The mediating effect of caregiving and stressful life events. JAMA Pediatrics 2013, October 28.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

De vorsers hebben deels gebruik gemaakt van data die al verzameld werden in het kader van een ander onderzoek. Het originele onderzoek includeerde zowel gezonde kleuters als kleuters met depressieve symptomen, waarbij ze naar een overrepresentatie van de laatste groep streefden. Dit beperkt de generaliseerbaarheid van de resultaten van deze studie.

Daarnaast is de grootte van de hersenen slechts eenmalig gemeten, waardoor men niet kan onderzoeken of de relaties met de tussenliggende factoren bidirectioneel zijn. Sterke punten van deze studie waren dat de uitkomsten zoals de grootte van de hersendelen en de steun van ouders blind zijn beoordeeld, wat de betrouwbaarheid ervan verhoogd.

Een ander sterk punt is de prospectieve opzet, waarbij de armoede is bepaald op kleuterleeftijd en de grootte van de hersenen 3 tot 6 jaren later. Dit impliceert dat de armoede voorafgaat aan de kleinere hersenomvang, wat meer zekerheid geeft dat de gevonden relatie oorzakelijk is.

Conclusie

Er zijn aanwijzingen dat armoede op kleuterleeftijd inderdaad samenhangt met kleinere hersenen op lagere schoolleeftijd, en dat voor bepaalde hersenendelen dit effect gemedieerd wordt door steun van ouders en stress.

klokje bij datum van publicatie verschenen op 31/10/2013 | Cebam | geschreven door Trudy Bekkering