Wat is diabetes?
Bij diabetes of suikerziekte zit er te veel suiker in je bloed.
Insuline speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van diabetes. Insuline is een hormoon dat de alvleesklier (pancreas) aanmaakt om de hoeveelheid suiker in je bloed (je bloedsuiker of bloedsuikerspiegel) onder controle te houden:
- Als je eet, stijgt je bloedsuiker.
- Insuline zorgt ervoor dat die suiker naar je lichaamscellen gaat, zodat die energie kunnen maken.
- De hoeveelheid suiker in je bloed daalt dan weer.
Diabetes is een chronische aandoening. Dat betekent dat het niet overgaat.
Wat is diabetes type 1?
- Bij diabetes type 1 vernietigt het lichaam de cellen in de alvleesklier die insuline maken. Het is een auto-immuunziekte.
- Daardoor ontstaat een tekort aan insuline.
- Door het tekort aan insuline kunnen de cellen suiker niet goed meer opnemen.
- Daardoor stijgt de hoeveelheid suiker in je bloed.
- Een deel van die suiker verlaat je lichaam weer via je urine. De rest blijft in je bloed zitten.
Mogelijke gezondheidsproblemen door diabetes
Een te hoge bloedsuiker kan op termijn schade veroorzaken aan bloedvaten in je lichaam. Als je al lang diabetes hebt en geen goede behandeling krijgt, heb je daardoor meer kans op:
- hart- en vaatziekten, zoals een hartaanval of beroerte;
- oogaantasting (retinopathie);
- nierschade (nefropathie);
- zenuwschade (neuropathie);
- een diabetesvoet;
- slechte doorbloeding in de benen.
Door je bloedsuiker goed onder controle te houden, verklein je de kans op die problemen (complicaties).
Lees meer over de gevolgen van een te hoge bloedsuiker (hyperglycemie).
Hoe vaak en bij wie komt diabetes type 1 voor?
In België hebben ongeveer 7 op 100 volwassenen diabetes. Ongeveer 1 van die 7 mensen heeft diabetes type 1. Diabetes type 1 komt dus minder vaak voor dan diabetes type 2.

Diabetes type 1 kan op elke leeftijd optreden, maar meestal begint het op jonge leeftijd. De diagnose wordt vaak gesteld tussen de 10 en 14 jaar.
Als diabetes type 1 zich pas op volwassen leeftijd voordoet, spreekt men van LADA (Latent Autoimmune Diabetes in Adults). Het is een vorm van auto-immuundiabetes die langzaam ontstaat bij volwassenen.
Hoe kan je diabetes type 1 herkennen?
Bij kinderen, adolescenten en jongvolwassenen
Vaak voorkomende klachten bij kinderen, adolescenten en jongvolwassenen zijn:
- vaak plassen en ’s nachts moeten plassen;
- veel dorst hebben;
- vermageren;
- heel moe zijn;
- wazig zien.

Tekenen van diabetes type 1 © Freepik
Kleine kinderen kunnen hun klachten nog niet goed uiten. Vaak merk je eerder aan hun gedrag dat ze ziek zijn. Wat er precies scheelt, is meestal niet zo duidelijk. Daarom wordt elk kind met aanslepende klachten best volledig door een arts onderzocht.
Lees meer over diabetes type 1 bij kinderen op de website van de Diabetes Liga.
Bij volwassenen
Bij volwassenen treden dezelfde klachten als hierboven op. Daarnaast kunnen er ook tekenen zijn van ketoacidose, zoals:
- misselijkheid en overgeven;
- buikpijn;
- verward zijn;
- snelle ademhaling;
- snelle hartslag;
- slaperig zijn.

⚠️ Heb je tekenen van ketoacidose? Neem dan onmiddellijk contact op met je huisarts.
Ketoacidose ontstaat wanneer er te weinig insuline is:
- Het lichaam kan dan geen suiker gebruiken als energiebron en schakelt over op de verbranding van vetten.
- Daarbij komen ketonen vrij. Die verzuren het bloed.
- Dat kan iemand erg ziek maken en is gevaarlijk.
Hoe stelt je arts diabetes type 1 vast?
Diabetes wordt vastgesteld door je bloed te onderzoeken. Je arts zal je ook vragen stellen.
Misschien doet je arts nog een paar onderzoeken. Zo kan je arts kijken of er ketonen in je urine zitten. Dat is belangrijk om de ernst van de situatie in te schatten.
Meer info over het stellen van de diagnose vind je hier.
Wat kan je zelf doen?
Leer je ziekte en de behandeling goed kennen
Het is belangrijk dat je:
- goed begrijpt wat diabetes type 1 is;
- zicht hebt op je behandeling;
- de symptomen van te veel (hyperglycemie) of te weinig suiker in je bloed (hypoglycemie) goed leert herkennen en kan aanpakken.
Je diabetesteam helpt je daarbij (zie Wat kan je arts of zorgverlener doen?).
Heeft je kind diabetes? Dan is het belangrijk dat ook familieleden, de school, sportclub of jeugdbeweging goed op de hoogte zijn. Ook daar kan het diabetesteam mee helpen.
Volg je insulinebehandeling goed op
Als je type 1 diabetes hebt, moet je insuline gebruiken. Op de pagina Behandeling met insuline bij diabetes vind je info over:
- de soorten insuline;
- hoe je insuline moet gebruiken;
- mogelijke bijwerkingen;
- wanneer je je bloedsuiker moet meten;
- hoe je je bloedsuiker meet.
Eet gezond en evenwichtig
Gezonde voeding is voor iedereen belangrijk, ook voor mensen met diabetes type 1. Het vermindert de kans op overgewicht, te veel cholesterol en een te hoge bloeddruk. Zo verklein je het risico op complicaties op lange termijn, zoals hart- en vaatziekten.
⚠️ Let op: als je insuline gebruikt, moet er een evenwicht zijn tussen de koolhydraten die je eet en de insuline die je spuit. Enkele tips:
- Eet op vaste tijdstippen en sla geen maaltijden over.
- Het is belangrijk dat je weet welke voedingsmiddelen koolhydraten bevatten. Koolhydraten zitten vooral in:
- aardappelen en granen (bijvoorbeeld brood, pasta en rijst);
- peulvruchten;
- melk(producten);
- gesuikerde dranken, zoet beleg en snacks;
- fruit;
- bepaalde groenten (bijvoorbeeld wortelen, rode paprika en prei).
- Het is belangrijk dat je kan bepalen hoeveel koolhydraten een maaltijd bevat. Zo weet je hoeveel insuline je moet toedienen.
Beweeg genoeg
Door te bewegen, voel je je beter. Bewegen heeft ook een positief effect op cholesterol en overgewicht. Zo verklein je de kans op complicaties, zoals hart- en vaatziekten.
⚠️ Let op: beweging heeft ook een invloed op je bloedsuiker:
- Het verhoogt de gevoeligheid van het lichaam voor insuline.
- Daardoor worden meer suikers sneller afgebroken en daalt je bloedsuiker.
- Dat betekent dat je bloedsuiker te laag kan zakken tijdens het sporten, vlak na de training of enkele uren na het sporten. Dat is gevaarlijk.
Je kan voorkomen dat je bloedsuiker te laag zakt door:
- je bloedsuiker te meten voor, tijdens en na het sporten;
- je insuline te verminderen;
- meer koolhydraten te eten als je gaat sporten.
Je diabetesteam kan je daarmee helpen (zie Wat kan je arts of zorgverlener doen?).
Stop met roken
Rook je? Probeer dan te stoppen. Roken tast de bloedvaten aan en vergroot zo je kans op hart- en vaatziekten.
Om je te helpen stoppen, kan je terecht bij een tabakoloog.
Meer info over stoppen met roken vind je hier.
Volg je behandeling strikt op en laat je goed begeleiden
Het is belangrijk dat je je behandeling zo goed mogelijk opvolgt en je goed laat begeleiden (zie Wat kan je arts of zorgverlener doen?). Zo hou je je diabetes onder controle en verklein je de kans op complicaties.
Soms krijg je naast insuline ook andere medicatie. Bijvoorbeeld medicatie tegen een hoge bloeddruk of te veel cholesterol. Het is belangrijk om ook die medicatie trouw in te nemen.
Laat je vaccineren
Je laat je best elk jaar vaccineren tegen de griep en corona (COVID-19). Zo bescherm je je tegen ernstige infecties.
Met je arts kan je bespreken of een vaccinatie tegen pneumokokken voor jou interessant is.
Wat als je ziek bent?
Als je ernstig ziek bent (bijvoorbeeld een griep) dan kan je een hyperglycemie krijgen. Het is belangrijk dat je op die momenten:
- je bloedsuiker vaker controleert. Als je bloedsuiker te hoog is, laat je ook best controleren of er ketonen in je urine of bloed zitten;
- je insuline en/of je voeding aanpast in overleg met je arts.
Wat kan je arts of zorgverlener doen?
Als je arts vermoedt dat je diabetes type 1 hebt, neemt die contact op met het ziekenhuis. De behandeling wordt zo snel mogelijk opgestart. Dat gebeurt in het ziekenhuis met het diabetesteam.
Het diabetesteam bestaat uit verschillende zorgverleners, zoals:
- een arts-specialist (endocrinoloog);
- een diabeteseducator of verpleegkundige;
- een diëtist;
- een psycholoog;
- een specialist in voetklachten (podoloog);
- een kinesist.
Wat doet een diabetesteam?
Het team leert je onder meer:
- hoe je insuline inspuit;
- hoe je je voeding moet aanpassen;
- hoe je je bloedsuiker meet en je insulinedosis aanpast aan je bloedsuiker.
Het team helpt je ook om gezond te leven (zie Wat kan je zelf doen?). Door gezond te leven, verklein je de kans op complicaties.
Werken aan een gezonde levensstijl is niet altijd gemakkelijk. Daarom kan je je laten begeleiden door verschillende zorgverleners:
- Je diëtist helpt je om gezonder te leren eten.
- Je kinesist kan samen met jou een beweegschema opstellen.
- Je psycholoog helpt je om met je diabetes om te gaan en om je goed te voelen in je vel.
- Rook je? Je tabakoloog helpt je om te stoppen met roken.
Regelmatige controles
Je huisarts of specialist zal je vragen om elke drie tot zes maanden op controle te komen. Hij of zij:
- vraagt hoe je je voelt;
- vraagt of je vragen hebt over de diagnose, behandeling of opvolging;
- vraagt of je hypoglycemieën (hypo’s) gehad hebt;
- peilt naar klachten die kunnen wijzen op aantasting van de bloedvaten of zenuwen;
- zal je medicatieschema overlopen en zo nodig aanpassen;
- moedigt je aan om gezond te leven.
Je arts of specialist zal ook een aantal onderzoeken uitvoeren:
- controle van je gewicht en bloeddruk;
- onderzoek van je voeten;
- bloedonderzoek: om je bloedsuiker en cholesterol te controleren.
Jaarlijkse onderzoeken
Om de kans op complicaties te verkleinen, gebeuren er elk jaar nog een aantal onderzoeken:
- oogonderzoek;
- controle van je tanden;
- urineonderzoek: om eiwitverlies op te sporen. Dat kan wijzen op nierschade.
- uitgebreid bloedonderzoek:
- om de werking van je nieren en schildklier te controleren;
- om je cholesterol en andere bloedvetten te meten.
Heb je complicaties? Dan gebeuren deze onderzoeken misschien vaker.
Terugbetaling
Als je diabetes type 1 hebt, heb je recht op ondersteuning. Dat wordt geregeld binnen de diabetesconventie. Omdat de kosten van de behandeling en het materiaal dat je nodig hebt, kunnen oplopen, komt het RIZIV tussen. Op de website van het RIZIV en op de website van de Diabetes Liga vind je hier meer informatie over.
Vraag gerust meer uitleg aan je zorgverleners.
Aangepast rijbewijs
Iedereen met diabetes heeft een aangepast rijbewijs nodig. Dat is wettelijk verplicht. Het maakt niet uit welk type diabetes je hebt of welke behandeling je krijgt. Meer info vind je bij de Diabetes Liga.
Meer weten?
- Diabetes Liga:
- Vlaams Instituut Gezond Leven: Bewegen bij diabetes type 1